BWBR0008586
Geldig vanaf 1997-04-01
Artikel 6
Regeling vergunning biotechnologie bij dieren
1. Een verzoek tot wijziging van geringe aard van een vergunning als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het besluitwordt bij de minister ingediend op een bij hem verkrijgbaar formulier.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat een gemotiveerde omschrijving van de gewenste wijziging.
3. Als wijziging van geringe aard wordt beschouwd een wijziging:
a. van de locatie waar de biotechnologische handelingen worden verricht;
b. van de aanvrager of van de voor het verrichten van de biotechnologische handelingen verantwoordelijke personen;
c. van de looptijd van de vergunning met ten hoogste één jaar;
d. van het aantal dieren, met dien verstande dat de toename ten hoogste 50% mag bedragen;
e. van de technieken die bij de biotechnologische handelingen worden gebruikt, voor zover de gevolgen van de toepassing van de te wijzigen technieken vergelijkbaar zijn met de gevolgen van de oorspronkelijke technieken;
f. of aanvulling van de te onderzoeken genen, mits deze genen behoren tot dezelfde soort of categorie van genen als bedoeld in de vergunning, en voor zover de gevolgen van het gebruik van deze genen vergelijkbaar zijn met de gevolgen van het gebruik van de genen, bedoeld in de vergunning.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat een gemotiveerde omschrijving van de gewenste wijziging.
3. Als wijziging van geringe aard wordt beschouwd een wijziging:
a. van de locatie waar de biotechnologische handelingen worden verricht;
b. van de aanvrager of van de voor het verrichten van de biotechnologische handelingen verantwoordelijke personen;
c. van de looptijd van de vergunning met ten hoogste één jaar;
d. van het aantal dieren, met dien verstande dat de toename ten hoogste 50% mag bedragen;
e. van de technieken die bij de biotechnologische handelingen worden gebruikt, voor zover de gevolgen van de toepassing van de te wijzigen technieken vergelijkbaar zijn met de gevolgen van de oorspronkelijke technieken;
f. of aanvulling van de te onderzoeken genen, mits deze genen behoren tot dezelfde soort of categorie van genen als bedoeld in de vergunning, en voor zover de gevolgen van het gebruik van deze genen vergelijkbaar zijn met de gevolgen van het gebruik van de genen, bedoeld in de vergunning.