BWBR0008586
Geldig vanaf 1997-04-01
Artikel 3
Regeling vergunning biotechnologie bij dieren
1. Een aanvraag voor een vergunning bevat tenminste de volgende informatie:
a. een uiteenzetting van de doelstellingen van de biotechnologische handelingen, zowel op korte als lange termijn;
b. een beschrijving van de toe te passen technieken, van de uit te voeren handelingen en het belang daarvan in wetenschappelijk en maatschappelijk opzicht, alsmede van de te gebruiken genen;
c. de soorten en aantallen dieren;
d. een verantwoording van de gekozen aanpak zoals aangegeven in de onderdelen b en c in relatie tot de in onderdeel a aangegeven doelstellingen;
e. een beschrijving van de voorzieningen voor de dieren en hun bestemming na afloop van het onderzoek;
f. een inschatting van verwachte positieve en negatieve effecten van de biotechnologische handelingen op de gezondheid, het welzijn en het functioneren van alle dieren;
g. een beschrijving van eventuele alternatieven voor de biotechnologische handelingen;
h. een schriftelijke verklaring van de aanvrager of er overeenkomsten met derden zijn of worden gesloten, en, indien dit het geval is, dat in deze overeenkomsten geen andere doelstellingen zijn of worden opgenomen dan de doelstellingen, bedoeld in onderdeel a, en
i. een vermelding van andere instanties bij wie de biotechnologische handelingen of het onderzoek waarvan de biotechnologische handelingen deel uitmaken, tevens zijn of zullen worden aangemeld voor advies of toestemming.
2. De aanvrager geeft desgevraagd de minister inzage in de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onder h.
a. een uiteenzetting van de doelstellingen van de biotechnologische handelingen, zowel op korte als lange termijn;
b. een beschrijving van de toe te passen technieken, van de uit te voeren handelingen en het belang daarvan in wetenschappelijk en maatschappelijk opzicht, alsmede van de te gebruiken genen;
c. de soorten en aantallen dieren;
d. een verantwoording van de gekozen aanpak zoals aangegeven in de onderdelen b en c in relatie tot de in onderdeel a aangegeven doelstellingen;
e. een beschrijving van de voorzieningen voor de dieren en hun bestemming na afloop van het onderzoek;
f. een inschatting van verwachte positieve en negatieve effecten van de biotechnologische handelingen op de gezondheid, het welzijn en het functioneren van alle dieren;
g. een beschrijving van eventuele alternatieven voor de biotechnologische handelingen;
h. een schriftelijke verklaring van de aanvrager of er overeenkomsten met derden zijn of worden gesloten, en, indien dit het geval is, dat in deze overeenkomsten geen andere doelstellingen zijn of worden opgenomen dan de doelstellingen, bedoeld in onderdeel a, en
i. een vermelding van andere instanties bij wie de biotechnologische handelingen of het onderzoek waarvan de biotechnologische handelingen deel uitmaken, tevens zijn of zullen worden aangemeld voor advies of toestemming.
2. De aanvrager geeft desgevraagd de minister inzage in de overeenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onder h.