BWBR0008546
Geldig vanaf 1997-02-18
Artikel 10
Regeling Communautair Initiatief ADAPT-II
1. De subsidie wordt berekend over het totaal van de noodzakelijk ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en het beheer van een project gemaakte kosten, voor zover deze bestaan uit:
a. kosten van instructiepersoneel;
b. kosten van aanschaf of afschrijving van voor het project noodzakelijke verbruiksgoederen en gereedschappen;
c. kosten van huur en gebruik van kantoorruimtes en leslokalen, daaronder begrepen de kosten van aanpassing van die lokalen teneinde deze toegankelijk te maken voor gehandicapten;
d. kosten van studiemateriaal en van eventueel bij de studie te dragen kleding;
e. aan deelnemers verstrekte reiskostenvergoedingen, voor zover geen betrekking hebbend op het normale woon-werkverkeer;
f. de kosten van aan deelnemers verstrekte inkomensvervangende uitkeringen of van loondoorbetaling aan deelnemers over niet gewerkte scholingsuren;
g. aan het project toerekenbare overheadkosten;
h. kosten, gemaakt voor het plegen van overleg met deelnemers aan het transnationale project in andere EU-landen.
2. Bij de toepassing van het eerste lid blijven buiten beschouwing:
a. kosten die toegerekend kunnen worden aan de normale bedrijfsvoering, en
b. kosten die zijn gemaakt voor het tijdstip waarop de in artikel 8, tweede lid, bedoelde opgave is ontvangen, behoudens voor zover de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het maken van die kosten vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend.
3. De subsidie is gelijk aan het totaal van de kosten van het project, als bedoeld in het eerste lid, verminderd met het bedrag aan kosten dat wordt gedragen door anderen dan degene aan wie de subsidie werd toegekend, met als maximum het laagste van de navolgende bedragen:
a. 40% van de kosten van het project, als bedoeld in het eerste lid;
b. het bedrag dat de overheidsinstelling of het fonds, als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder b, heeft bijgedragen aan de bekostiging van het project;
c. het krachtens artikel 8, eerste lid, vastgestelde maximumbedrag.
4. Het in het derde lid onder a vermelde subsidiepercentage bedraagt 65% voor kosten, gemaakt ten behoeve van een project dat wordt uitgevoerd in de provincie Flevoland, indien de resterende 35% van de kosten van het project wordt gefinancierd door een overheidsinstelling of een fonds, als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder b, dan wel een dienovereenkomstig lager percentage dan 65% al naar gelang de laatstbedoelde medefinanciering meer dan 35% bedraagt.
5. Het subsidiebedrag, berekend overeenkomstig de voorgaande leden, wordt vermeerderd met de kosten van de activiteiten die tussen het tijdstip van subsidietoekenning en 1 januari 1998 hebben plaatsgevonden voor het leggen van contacten en het plegen ven overleg met potentiële projectuitvoerders in andere EU-landen, teneinde te komen tot een transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, onder a, voor zover deze kosten een bedrag van f 10.000 niet te boven gaan.
a. kosten van instructiepersoneel;
b. kosten van aanschaf of afschrijving van voor het project noodzakelijke verbruiksgoederen en gereedschappen;
c. kosten van huur en gebruik van kantoorruimtes en leslokalen, daaronder begrepen de kosten van aanpassing van die lokalen teneinde deze toegankelijk te maken voor gehandicapten;
d. kosten van studiemateriaal en van eventueel bij de studie te dragen kleding;
e. aan deelnemers verstrekte reiskostenvergoedingen, voor zover geen betrekking hebbend op het normale woon-werkverkeer;
f. de kosten van aan deelnemers verstrekte inkomensvervangende uitkeringen of van loondoorbetaling aan deelnemers over niet gewerkte scholingsuren;
g. aan het project toerekenbare overheadkosten;
h. kosten, gemaakt voor het plegen van overleg met deelnemers aan het transnationale project in andere EU-landen.
2. Bij de toepassing van het eerste lid blijven buiten beschouwing:
a. kosten die toegerekend kunnen worden aan de normale bedrijfsvoering, en
b. kosten die zijn gemaakt voor het tijdstip waarop de in artikel 8, tweede lid, bedoelde opgave is ontvangen, behoudens voor zover de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het maken van die kosten vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend.
3. De subsidie is gelijk aan het totaal van de kosten van het project, als bedoeld in het eerste lid, verminderd met het bedrag aan kosten dat wordt gedragen door anderen dan degene aan wie de subsidie werd toegekend, met als maximum het laagste van de navolgende bedragen:
a. 40% van de kosten van het project, als bedoeld in het eerste lid;
b. het bedrag dat de overheidsinstelling of het fonds, als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder b, heeft bijgedragen aan de bekostiging van het project;
c. het krachtens artikel 8, eerste lid, vastgestelde maximumbedrag.
4. Het in het derde lid onder a vermelde subsidiepercentage bedraagt 65% voor kosten, gemaakt ten behoeve van een project dat wordt uitgevoerd in de provincie Flevoland, indien de resterende 35% van de kosten van het project wordt gefinancierd door een overheidsinstelling of een fonds, als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder b, dan wel een dienovereenkomstig lager percentage dan 65% al naar gelang de laatstbedoelde medefinanciering meer dan 35% bedraagt.
5. Het subsidiebedrag, berekend overeenkomstig de voorgaande leden, wordt vermeerderd met de kosten van de activiteiten die tussen het tijdstip van subsidietoekenning en 1 januari 1998 hebben plaatsgevonden voor het leggen van contacten en het plegen ven overleg met potentiële projectuitvoerders in andere EU-landen, teneinde te komen tot een transnationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1, onder a, voor zover deze kosten een bedrag van f 10.000 niet te boven gaan.