BWBR0008545
Geldig vanaf 2016-03-22
Artikel 7
Nadere regels attractie- en speeltoestellen
1. Een attractietoestel dat is voorzien van een certificaat van goedkeuring, wordt door de aangewezen instelling tevens voorzien van een merk van goedkeuring met een uniek identificatienummer.
2. Het merk van goedkeuring is bij de eerstvolgende keuring na inwerkingtreding na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen voor attractietoestellen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring (Stcrt. PM) een duurzame plaat met onuitwisbare opschriften of aanduidingen, onlosmakelijk op of in het attractietoestel, op een essentieel onderdeel van het attractietoestel en op een duidelijk zichtbare plaats aangebracht.
3. Het merk van goedkeuring is bij een periodieke keuring volgend op een keuring als bedoeld in het tweede lid een sticker.
4. Het merk bevat overeenkomstig onderstaand model de volgende gegevens: ‘GOEDGEKEURD’, de maand en het jaar van de keuring op grond waarvan het certificaat van goedkeuring is afgegeven, de naam van de aangewezen instelling, het nummer van het certificaat van goedkeuring en het unieke identificatienummer van het attractietoestel. De unieke nummers worden door de aangewezen instelling aangevraagd bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
[tabel]
2. Het merk van goedkeuring is bij de eerstvolgende keuring na inwerkingtreding na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen voor attractietoestellen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring (Stcrt. PM) een duurzame plaat met onuitwisbare opschriften of aanduidingen, onlosmakelijk op of in het attractietoestel, op een essentieel onderdeel van het attractietoestel en op een duidelijk zichtbare plaats aangebracht.
3. Het merk van goedkeuring is bij een periodieke keuring volgend op een keuring als bedoeld in het tweede lid een sticker.
4. Het merk bevat overeenkomstig onderstaand model de volgende gegevens: ‘GOEDGEKEURD’, de maand en het jaar van de keuring op grond waarvan het certificaat van goedkeuring is afgegeven, de naam van de aangewezen instelling, het nummer van het certificaat van goedkeuring en het unieke identificatienummer van het attractietoestel. De unieke nummers worden door de aangewezen instelling aangevraagd bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
[tabel]