BWBR0008545
Geldig vanaf 2016-03-22
Artikel 6
Nadere regels attractie- en speeltoestellen
1. Een certificaat van goedkeuring voor een attractie- of speeltoestel komt overeen met het bij deze regeling als bijlage IIIgevoegde model.
2. Een certificaat van goedkeuring voor een attractietoestel als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur overeenkomstig de termijn volgend uit de matrix voor de periodiciteit van keuring van attractietoestellen in bijlage IV, met dien verstande dat, indien buiten toedoen van de toestelhouder niet tijdig kan worden gekeurd, het certificaat van goedkeuring zijn geldigheid behoudt gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de einddatum van de termijn waarvoor het is afgegeven.
3. Een certificaat voor speeltoestellen als bedoeld in het eerste lid heeft een onbeperkte geldigheidsduur.
4. Type certificaten, die zijn afgegeven als gevolg van een keuring op de wijze van artikel 8, derde lid, van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellenmogen alleen worden uitgegeven indien zowel het typekenmerkend monster alsmede het technisch constructiedossier aan de relevante geldende NEN EN normen voldoen. Indien publicatie van een nieuwe of gewijzigde NEN EN-norm plaats vindt dient een mogelijke nieuwe keuring binnen een jaar na de publicatie van de desbetreffende NEN EN-norm plaats te vinden.
5. Ten aanzien van een attractietoestel dat na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring (Stcrt. PM) nog niet eerder is gekeurd wordt de periodiciteit door een aangewezen instelling bepaald tijdens de eerste keuring.
6. Een attractietoestel dat voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring voor attractietoestellen (Stcrt. PM) is gekeurd, behoudt zijn goedkeuring tot de afloop van de in het certificaat gestelde termijn. Bij de eerstvolgende keuring zal de benodigde periodiciteit aan de hand van de matrix uit bijlage IVbij dit besluit door de aangewezen instelling worden bepaald en zal het desbetreffende attractietoestel worden geregistreerd in de database van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, na melding door de aangewezen instelling.
2. Een certificaat van goedkeuring voor een attractietoestel als bedoeld in het eerste lid heeft een geldigheidsduur overeenkomstig de termijn volgend uit de matrix voor de periodiciteit van keuring van attractietoestellen in bijlage IV, met dien verstande dat, indien buiten toedoen van de toestelhouder niet tijdig kan worden gekeurd, het certificaat van goedkeuring zijn geldigheid behoudt gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de einddatum van de termijn waarvoor het is afgegeven.
3. Een certificaat voor speeltoestellen als bedoeld in het eerste lid heeft een onbeperkte geldigheidsduur.
4. Type certificaten, die zijn afgegeven als gevolg van een keuring op de wijze van artikel 8, derde lid, van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellenmogen alleen worden uitgegeven indien zowel het typekenmerkend monster alsmede het technisch constructiedossier aan de relevante geldende NEN EN normen voldoen. Indien publicatie van een nieuwe of gewijzigde NEN EN-norm plaats vindt dient een mogelijke nieuwe keuring binnen een jaar na de publicatie van de desbetreffende NEN EN-norm plaats te vinden.
5. Ten aanzien van een attractietoestel dat na de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring (Stcrt. PM) nog niet eerder is gekeurd wordt de periodiciteit door een aangewezen instelling bepaald tijdens de eerste keuring.
6. Een attractietoestel dat voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Nadere regels attractie- en speeltoestellen in verband met de periodiciteit van keuringen en de eisen aan een certificaat van goedkeuring voor attractietoestellen (Stcrt. PM) is gekeurd, behoudt zijn goedkeuring tot de afloop van de in het certificaat gestelde termijn. Bij de eerstvolgende keuring zal de benodigde periodiciteit aan de hand van de matrix uit bijlage IVbij dit besluit door de aangewezen instelling worden bepaald en zal het desbetreffende attractietoestel worden geregistreerd in de database van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, na melding door de aangewezen instelling.