BWBR0008467
Geldig vanaf 1997-04-30
Artikel 6
Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens
1. Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet in bedrijf houdt waarin in een van de drie voorafgaande kalenderjaren of in het komende kalenderjaar naar verwachting meer wordt geproduceerd, verwerkt of verbruikt dan:
a. 1 kg van een stof die in lijst 2, deel A, met een « * » is aangeduid;
b. 100 kg van een andere in lijst 2, deel A, vermelde stof, of
c. 1000 kg van een in lijst 2, deel B, vermelde stof,
verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit aanvangt te worden opgegeven.
2. Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens:
a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het in bedrijf houdt;
b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;
c. het aantal fabrieken binnen het fabriekscomplex waar stoffen van lijst 2 worden geproduceerd;
d. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert: 1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;
2°. de exacte ligging binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;
3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;
4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 produceert, verwerkt of verbruikt;
5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is;
6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die worden verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van lijst 2;
7°. de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van lijst 2.
1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;
2°. de exacte ligging binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;
3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;
4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 produceert, verwerkt of verbruikt;
5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is;
6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die worden verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van lijst 2;
7°. de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van lijst 2.
3. Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van lijst 2 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:
a. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;
b. bij de jaarlijkse kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betreffende activiteiten in het verleden: de totale hoeveelheid stoffen van lijst 2, geproduceerd, verwerkt, verbruikt, ingevoerd of uitgevoerd in het voorafgaande kalenderjaar;
c. bij de jaarlijkse opgave betreffende verwachte activiteiten: de verwachte totale hoeveelheid door het fabriekscomplex te produceren, te verwerken of te verbruiken stoffen van lijst 2, daaronder begrepen de verwachte tijdvakken waarin deze handelingen zullen plaatsvinden;
d. de doeleinden waarvoor de productie, bewerking, verwerking of het verbruik van de stoffen van lijst 2 heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden, onderverdeeld naar: 1°. bewerking, verwerking en verbruik ter plaatse, onder vermelding van de soorten producten;
2°. verkoop of overdracht, onder vermelding of de stoffen of vervaardigde producten voor industrie, handel of anderszins zijn bestemd en indien mogelijk, onder vermelding van de soorten eindproducten;
3°. andere doeleinden, onder vermelding van deze andere doeleinden.
1°. bewerking, verwerking en verbruik ter plaatse, onder vermelding van de soorten producten;
2°. verkoop of overdracht, onder vermelding of de stoffen of vervaardigde producten voor industrie, handel of anderszins zijn bestemd en indien mogelijk, onder vermelding van de soorten eindproducten;
3°. andere doeleinden, onder vermelding van deze andere doeleinden.
4. Een ieder die stoffen van lijst 2 heeft in- of uitgevoerd verschaft jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een opgave van de stoffen die door hem in het voorafgaande kalenderjaar zijn in- of uitgevoerd naar of uit Nederland, met vermelding van de soort en de hoeveelheid van die stoffen en van het land vanwaar of waarnaartoe zij zijn in- of uitgevoerd.
5. Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van lijst 2. Onder «laag gehalte» wordt verstaan een gewichtspercentage van het betrokken mengsel van minder dan 10, ingeval het de productie van een mengsel betreft, en van minder dan 30 in andere gevallen.
a. 1 kg van een stof die in lijst 2, deel A, met een « * » is aangeduid;
b. 100 kg van een andere in lijst 2, deel A, vermelde stof, of
c. 1000 kg van een in lijst 2, deel B, vermelde stof,
verstrekt aan Onze Minister met betrekking tot de desbetreffende activiteiten in het verleden jaarlijks voor 1 maart, respectievelijk met betrekking tot verwachte activiteiten jaarlijks voor 1 september de gegevens overeenkomstig het tweede lid. Elke activiteit die extra wordt verwacht na het verstrekken van de jaaropgave dient uiterlijk twee weken voordat die activiteit aanvangt te worden opgegeven.
2. Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt, verstrekt voor de in dat lid genoemde data de volgende gegevens:
a. de naam van het fabriekscomplex en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het in bedrijf houdt;
b. het adres en de kadastrale aanduiding van het fabriekscomplex;
c. het aantal fabrieken binnen het fabriekscomplex waar stoffen van lijst 2 worden geproduceerd;
d. van elke fabriek binnen het fabriekscomplex die grotere hoeveelheden dan de hoeveelheden genoemd in het eerste lid produceert: 1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;
2°. de exacte ligging binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;
3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;
4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 produceert, verwerkt of verbruikt;
5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is;
6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die worden verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van lijst 2;
7°. de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van lijst 2.
1°. de naam van de fabriek en de naam van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze in bedrijf houdt;
2°. de exacte ligging binnen het complex onder vermelding van het eventuele nummer van het gebouw of bouwwerk;
3°. de voornaamste activiteiten die daarin worden verricht;
4°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek stoffen van lijst 2 produceert, verwerkt of verbruikt;
5°. gegevens waaruit blijkt of de fabriek speciaal bedoeld is voor die activiteiten of voor verscheidene doeleinden geschikt is;
6°. gegevens over eventuele andere activiteiten die worden verricht met betrekking tot de opgegeven stoffen van lijst 2;
7°. de productiecapaciteit van de betrokken fabriek of fabrieken voor elke opgegeven stof van lijst 2.
3. Degene die een inrichting als bedoeld in het eerste lid in bedrijf houdt verschaft voorts voor elk fabriekscomplex met betrekking tot elke stof van lijst 2 boven de in dat lid aangegeven hoeveelheid de volgende gegevens:
a. de chemische benaming, de door de inrichting gehanteerde gangbare benaming of handelsnaam, de structuurformule en het CAS-registratienummer, indien toegekend;
b. bij de jaarlijkse kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, betreffende activiteiten in het verleden: de totale hoeveelheid stoffen van lijst 2, geproduceerd, verwerkt, verbruikt, ingevoerd of uitgevoerd in het voorafgaande kalenderjaar;
c. bij de jaarlijkse opgave betreffende verwachte activiteiten: de verwachte totale hoeveelheid door het fabriekscomplex te produceren, te verwerken of te verbruiken stoffen van lijst 2, daaronder begrepen de verwachte tijdvakken waarin deze handelingen zullen plaatsvinden;
d. de doeleinden waarvoor de productie, bewerking, verwerking of het verbruik van de stoffen van lijst 2 heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden, onderverdeeld naar: 1°. bewerking, verwerking en verbruik ter plaatse, onder vermelding van de soorten producten;
2°. verkoop of overdracht, onder vermelding of de stoffen of vervaardigde producten voor industrie, handel of anderszins zijn bestemd en indien mogelijk, onder vermelding van de soorten eindproducten;
3°. andere doeleinden, onder vermelding van deze andere doeleinden.
1°. bewerking, verwerking en verbruik ter plaatse, onder vermelding van de soorten producten;
2°. verkoop of overdracht, onder vermelding of de stoffen of vervaardigde producten voor industrie, handel of anderszins zijn bestemd en indien mogelijk, onder vermelding van de soorten eindproducten;
3°. andere doeleinden, onder vermelding van deze andere doeleinden.
4. Een ieder die stoffen van lijst 2 heeft in- of uitgevoerd verschaft jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister een opgave van de stoffen die door hem in het voorafgaande kalenderjaar zijn in- of uitgevoerd naar of uit Nederland, met vermelding van de soort en de hoeveelheid van die stoffen en van het land vanwaar of waarnaartoe zij zijn in- of uitgevoerd.
5. Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot mengsels met een laag gehalte aan stoffen van lijst 2. Onder «laag gehalte» wordt verstaan een gewichtspercentage van het betrokken mengsel van minder dan 10, ingeval het de productie van een mengsel betreft, en van minder dan 30 in andere gevallen.