BWBR0008467
Geldig vanaf 1997-04-30
Artikel 10
Uitvoeringsbesluit verdrag chemische wapens
1. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een inrichting als bedoeld in artikel 3, tweede of derde lid, van de wet, in bedrijf houdt, verstrekt binnen twee weken na dat tijdstip aan Onze Minister de volgende gegevens:
a. het adres en de kadastrale aanduiding van de inrichting;
b. een technische beschrijving van de inrichting, met inbegrip van een inventarislijst van de apparatuur.
2. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit handelingen verricht waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van de wet is vereist dient binnen twee weken na dat tijdstip een aanvraag om ontheffing in bij Onze Minister. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.
3. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit handelingen verricht waarvoor een ontheffing, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder b, van de wet is vereist, dient binnen twee weken na dat tijdstip een aanvraag om ontheffing in bij Onze Minister. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.
4. De artikelen 4en 5gelden niet zolang niet op de aanvraag om een ontheffing als in het tweede of derde lid bedoeld is beslist.
a. het adres en de kadastrale aanduiding van de inrichting;
b. een technische beschrijving van de inrichting, met inbegrip van een inventarislijst van de apparatuur.
2. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit handelingen verricht waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, van de wet is vereist dient binnen twee weken na dat tijdstip een aanvraag om ontheffing in bij Onze Minister. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.
3. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit handelingen verricht waarvoor een ontheffing, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder b, van de wet is vereist, dient binnen twee weken na dat tijdstip een aanvraag om ontheffing in bij Onze Minister. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.
4. De artikelen 4en 5gelden niet zolang niet op de aanvraag om een ontheffing als in het tweede of derde lid bedoeld is beslist.