BWBR0008403
Geldig vanaf 1996-12-21
Artikel 12
Regeling stimulering grensoverschrijdende samenwerking hoger onderwijs 1997-2000
1. Gedurende de looptijd van ieder samenwerkingsprogramma legt de desbetreffende instelling jaarlijks voor 1 maart van het begrotingsjaar, waarin de subsidie is verstrekt, verantwoording af over de inzet van de verstrekte subsidie. Deze verantwoording dient ook te worden opgenomen bij het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
2. Na afloop van ieder samenwerkingsprogramma legt de instelling verantwoording af over de inzet van het totaal van de verstrekte subsidie. Deze verantwoording dient te worden opgenomen bij het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verantwoording wordt ingericht op de wijze zoals door de minister bij zijn besluit tot het verstrekken van de subsidie zal worden voorgeschreven. De wijze van verantwoording dient zodanig te zijn dat kan worden beoordeeld of het bereikte resultaat in overeenstemming is met de bij de aanvragen gestelde doelstellingen.
2. Na afloop van ieder samenwerkingsprogramma legt de instelling verantwoording af over de inzet van het totaal van de verstrekte subsidie. Deze verantwoording dient te worden opgenomen bij het verslag, bedoeld in artikel 2.9 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde verantwoording wordt ingericht op de wijze zoals door de minister bij zijn besluit tot het verstrekken van de subsidie zal worden voorgeschreven. De wijze van verantwoording dient zodanig te zijn dat kan worden beoordeeld of het bereikte resultaat in overeenstemming is met de bij de aanvragen gestelde doelstellingen.