BWBR0008392
Geldig vanaf 2005-03-03
Artikel 2
Besluit biotechnologie bij dieren
1. De commissie bestaat uit ten hoogste 9 leden.
2. In de commissie hebben naast een voorzitter zitting:
a. één deskundige op het terrein van de ethiek;
b. één deskundige op het terrein van de maatschappijwetenschappen;
c. twee deskundigen op het terrein van de medische of de dierlijke biotechnologie;
d. één deskundige op het terrein van de proefdierkunde of de dierproefvraagstukken;
e. één deskundige op het terrein van de ethologie;
f. één deskundige op het terrein van de diergeneeskunde of de zoötechniek;
g. één deskundige op het terrein van de humane medische wetenschappen.
3. Onze Minister en Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kunnen ieder één ambtenaar aanwijzen die bevoegd is de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
4. Eén van de in het tweede lid bedoelde leden wordt benoemd op voordracht van de Commissie genetische modificatie, bedoeld in artikel 2.26 van de Wet milieubeheer.
2. In de commissie hebben naast een voorzitter zitting:
a. één deskundige op het terrein van de ethiek;
b. één deskundige op het terrein van de maatschappijwetenschappen;
c. twee deskundigen op het terrein van de medische of de dierlijke biotechnologie;
d. één deskundige op het terrein van de proefdierkunde of de dierproefvraagstukken;
e. één deskundige op het terrein van de ethologie;
f. één deskundige op het terrein van de diergeneeskunde of de zoötechniek;
g. één deskundige op het terrein van de humane medische wetenschappen.
3. Onze Minister en Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kunnen ieder één ambtenaar aanwijzen die bevoegd is de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
4. Eén van de in het tweede lid bedoelde leden wordt benoemd op voordracht van de Commissie genetische modificatie, bedoeld in artikel 2.26 van de Wet milieubeheer.