BWBR0008392
Geldig vanaf 2005-03-03
Artikel 13
Besluit biotechnologie bij dieren
1. Indien de door de aanvrager verstrekte gegevens en bescheiden naar het oordeel van de commissie onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag doet de commissie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag, daarvan mededeling aan Onze Minister onder opgave van de ontbrekende gegevens.
2. lndien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de in artikel 6bedoelde termijn opgeschort met ingang van de dag waarop de commissie de in het eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan tot de dag waarop de commissie de ontbrekende gegevens of de mededeling van Onze Minister dat de voor de aanvulling van de gegevens gestelde termijn ongebruikt is verstreken, heeft ontvangen.
3. lndien naar het oordeel van de commissie toepassing moet worden gegeven aan artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtdoet zij daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag mededeling aan Onze Minister.
4. lndien Onze Minister, al dan niet na een mededeling als bedoeld in het derde lid, een beslissing tot verlenging als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtheeft genomen, wordt daarvan mededeling gedaan aan de commissie en wordt de in artikel 6 bedoelde termijn met een door Onze Minister te bepalen termijn verlengd.
2. lndien toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt de in artikel 6bedoelde termijn opgeschort met ingang van de dag waarop de commissie de in het eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan tot de dag waarop de commissie de ontbrekende gegevens of de mededeling van Onze Minister dat de voor de aanvulling van de gegevens gestelde termijn ongebruikt is verstreken, heeft ontvangen.
3. lndien naar het oordeel van de commissie toepassing moet worden gegeven aan artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtdoet zij daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag mededeling aan Onze Minister.
4. lndien Onze Minister, al dan niet na een mededeling als bedoeld in het derde lid, een beslissing tot verlenging als bedoeld in artikel 3:18, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtheeft genomen, wordt daarvan mededeling gedaan aan de commissie en wordt de in artikel 6 bedoelde termijn met een door Onze Minister te bepalen termijn verlengd.