BWBR0008383
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 4
Regeling keuringsinstanties Wet pleziervaartuigen
1. Een aan te wijzen keuringsinstantie voldoet aan de criteria opgenomen in bijlage XIV van de richtlijn.
2. Een instantie die aangewezen wenst te worden voor module A bis, optie 1 beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw op HBO-niveau.
3. Een instantie die aangewezen wenst te worden voor de modules B, D, E, F, G en H beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw en werktuigbouw op HBO-niveau en kennis van elektrotechniek op MBO-niveau is.
4. De kennisniveaus, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen ook aanwezig zijn in de vorm van een gelijkwaardige combinatie van opleiding en ervaring.
2. Een instantie die aangewezen wenst te worden voor module A bis, optie 1 beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw op HBO-niveau.
3. Een instantie die aangewezen wenst te worden voor de modules B, D, E, F, G en H beschikt over voldoende kennis van scheepsbouw en werktuigbouw op HBO-niveau en kennis van elektrotechniek op MBO-niveau is.
4. De kennisniveaus, bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen ook aanwezig zijn in de vorm van een gelijkwaardige combinatie van opleiding en ervaring.