BWBR0008367
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 42
Arbeidsvoorzieningswet 1996
1. De arbeidsovereenkomsten, bedoeld in de artikelen 28en 41, kunnen door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie niet worden opgezegd zonder voorafgaande toestemming van de ontslagcommissie, bedoeld in artikel 43.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de opzegging geschiedt om een dringende aan de werknemer onverwijld meegedeelde reden dan wel indien de opzegging geschiedt met wederzijds goedvinden.
3. Een opzegging in strijd met het eerste lid is vernietigbaar. De werknemer kan binnen twee maanden na de opzegging een beroep doen op deze vernietigingsgrond. <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/55" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>is niet van toepassing.
4. Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waartegen is opgezegd.
5. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat het voornemen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie tot opzegging van de arbeidsovereenkomst ter toetsing aan de ontslagcommissie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, is voorgelegd en door die commissie is ontvangen. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
6. Indien de toestemming, bedoeld in artikel 42, eerste lid, is verleend, wordt de door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in acht te nemen termijn van opzegging, verkort met een maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging ten minste één maand bedraagt. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de opzegging geschiedt om een dringende aan de werknemer onverwijld meegedeelde reden dan wel indien de opzegging geschiedt met wederzijds goedvinden.
3. Een opzegging in strijd met het eerste lid is vernietigbaar. De werknemer kan binnen twee maanden na de opzegging een beroep doen op deze vernietigingsgrond. <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/55" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>is niet van toepassing.
4. Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waartegen is opgezegd.
5. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat het voornemen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie tot opzegging van de arbeidsovereenkomst ter toetsing aan de ontslagcommissie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, is voorgelegd en door die commissie is ontvangen. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
6. Indien de toestemming, bedoeld in artikel 42, eerste lid, is verleend, wordt de door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in acht te nemen termijn van opzegging, verkort met een maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging ten minste één maand bedraagt. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.