1. Onverminderd het bepaalde in het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van de ambtenaar voor wie op de dag voor de inwerkingtreding van artikel VII, onderdeel F, reeds één der salaris-schalen van de bijlage B van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984gold, vastgesteld op het bedrag dat gelijk is aan het salaris dat voor hem zou hebben gegolden, indien de in artikel VII, onderdeel F, bedoelde vervanging van de bijlage Bniet zou hebben plaatsgevonden.
2. In geval de in het eerste lid bedoelde vaststelling van het salaris niet kan plaatsvinden op een gelijk bedrag, wordt, in voorkomend geval onder aanpassing van het salarisnummer, het salaris van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, onverminderd het bepaalde in het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984vastgesteld op het naasthogere bedrag van het salaris dat voor hem zou hebben gegolden indien de in artikel VII, onderdeel F, bedoelde vervanging van de bijlage Bniet zou hebben plaatsgevonden, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
3. Aan de ambtenaar voor wie ingevolge het eerste lid het salaris wordt vastgesteld op een gelijk bedrag dan wel ingevolge het tweede lid op een bedrag dat niet meer dan zeven gulden meer bedraagt dan het salaris dat voor hem zou hebben gegolden, indien de in artikel VII, onderdeel F, bedoelde vervanging van de bijlage Bniet zou hebben plaatsgevonden, wordt een eenmalige uitkering toegekend van f 250,00. Voor de ambtenaar die op 1 januari 1997 een deelbetrekking vervult of een nevenbetrekking welke is te herleiden tot een deelbetrekking, wordt de uitkering in dezelfde verhouding lager vastgesteld als de aan de bedoelde betrekking verbonden bezoldiging zich verhoudt tot die, verbonden aan de betrekking met een volledige werktijd. Voor de ambtenaar, die op 1 januari 1997 wegens ziekte, schorsing of verlof anders dan wegens militaire dienst, een deel van zijn bezoldiging of loon geniet, wordt de uitkering naar evenredigheid op een lager bedrag vastgesteld.
4. Voor de ambtenaar voor wie, indien de in artikel VII, onderdeel F, bedoelde vervanging van de bijlage Bniet zou hebben plaatsgevonden, met ingang van 1 januari 1997 een salaris zou hebben gegolden behorende bij salarisnummer 1 van schaal 6 of 7 van de bijlage B van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt het salaris met ingang van 1 januari 1997, onverminderd het bepaalde in
artikel 7, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, vastgesteld op het salaris vermeld achter salarisnummer 1 van schaal 6 of 7.
5. De in het eerste, tweede en vierde lid bedoelde vaststelling van het salaris laat het tijdstip waarop aan de ambtenaar de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, behoudens het bepaalde in het zesde en zevende lid, onverlet.
6. Voor de ambtenaar voor wie ingevolge het bepaalde in het eerste en tweede lid met ingang van 1 januari 1997 het salaris komt te gelden dat is vermeld achter salarisnummer 1 van schaal 5 of salarisnummer 2 van schaal 6 of 7 van de bijlage B van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt het tijdstip waarop hem de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, onverminderd het bepaalde in
artikel 7, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, met zes maanden vervroegd.
7. Voor de ambtenaar voor wie ingevolge het tweede lid met ingang van 1 januari 1997 het salaris komt te gelden dat is vermeld achter salarisnummer 9 van schaal 14, 15 of 16 van de bijlage B van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt het tijdstip waarop hem de volgende verhoging in de voor hem geldende schaal kan worden toegekend, onverminderd het bepaalde in
artikel 7, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, gesteld op 1 juli 1997.