BWBR0008323
Geldig vanaf 1996-11-28
Artikel 5a
Regeling hulpofficieren van justitie 1996
1. De korpschef levert aan Korpsbeheerder en Hoofdofficier van justitie een lijst waarop staat vermeld welke ambtenaren van politie tot 31 maart 1998 feitelijk als hulpofficier van justitie zijn ingezet en die voldoen aan het bepaalde in artikel 1, alsook welke ambtenaren niet voldoen aan het gestelde in artikel 1 onder b. Bovendien geeft hij gemotiveerd aan hoeveel hulpofficieren van justitie hij nodig heeft voor het voeren van een goede en verantwoorde bedrijfsvoering.
2. De Hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarin de politieregio is gelegen kan een of meer met name genoemde ambtenaren van politie, die in dienst zijn bij die regio, die tot en met 31 maart 1998 feitelijk als hulpofficier van justitie zijn ingezet en die voldoen aan het bepaalde in artikel 1 onder a en c, schriftelijk ontheffing verlenen voor de periode tot 1 oktober 1998 van het bepaalde in artikel 1 onder b. Deze ontheffing wordt slechts verleend voorzover dit noodzakelijk is voor het voeren van een goede en verantwoorde bedrijfsvoering.
3. De hulpofficier van justitie van wie de geldigheid van zijn certificaat als bedoeld in artikel 1 onder b komt te vervallen binnen de termijn van drie jaar voordat hij met functioneel leeftijdsontslag gaat, wordt voor bedoelde termijn ontheffing verleend van het gestelde in artikel 1 onder b. De hulpofficier van justitie die op het moment van in werking treding van dit artikel nog niet in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 1 onder b en die binnen een termijn van drie jaar met functioneel leeftijdsontslag gaat, wordt eveneens ontheffing verleend van het gestelde in artikel 1 onder b.
4. De hulpofficier van Justitie die het voornemen heeft kenbaar gemaakt op een bepaalde datum gebruik te maken van de Toegepaste Ouderen Regeling en van wie de geldigheid van zijn certificaat als bedoeld in artikel 1, onder b, komt te vervallen binnen de termijn van drie jaar vóór die datum, wordt voor laatstbedoelde termijn ontheffing verleend van het gestelde in artikel 1 onder b; deze ontheffing geldt voor maximaal drie jaar.
2. De Hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarin de politieregio is gelegen kan een of meer met name genoemde ambtenaren van politie, die in dienst zijn bij die regio, die tot en met 31 maart 1998 feitelijk als hulpofficier van justitie zijn ingezet en die voldoen aan het bepaalde in artikel 1 onder a en c, schriftelijk ontheffing verlenen voor de periode tot 1 oktober 1998 van het bepaalde in artikel 1 onder b. Deze ontheffing wordt slechts verleend voorzover dit noodzakelijk is voor het voeren van een goede en verantwoorde bedrijfsvoering.
3. De hulpofficier van justitie van wie de geldigheid van zijn certificaat als bedoeld in artikel 1 onder b komt te vervallen binnen de termijn van drie jaar voordat hij met functioneel leeftijdsontslag gaat, wordt voor bedoelde termijn ontheffing verleend van het gestelde in artikel 1 onder b. De hulpofficier van justitie die op het moment van in werking treding van dit artikel nog niet in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 1 onder b en die binnen een termijn van drie jaar met functioneel leeftijdsontslag gaat, wordt eveneens ontheffing verleend van het gestelde in artikel 1 onder b.
4. De hulpofficier van Justitie die het voornemen heeft kenbaar gemaakt op een bepaalde datum gebruik te maken van de Toegepaste Ouderen Regeling en van wie de geldigheid van zijn certificaat als bedoeld in artikel 1, onder b, komt te vervallen binnen de termijn van drie jaar vóór die datum, wordt voor laatstbedoelde termijn ontheffing verleend van het gestelde in artikel 1 onder b; deze ontheffing geldt voor maximaal drie jaar.