BWBR0008323
Geldig vanaf 1996-11-28
Artikel 4
Regeling hulpofficieren van justitie 1996
1. De militair van de Koninklijke marechaussee in de uitvoering van de politietaken, bedoeld in artikel 6, van de Politiewet 1993, is hulpofficier van justitie indien hij officier van de Koninklijke marechaussee is danwel de functie heeft van:
a. brigadecommandant of afdelingscommandant;
b. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, ingedeeld bij de centrale recherche Koninklijke marechaussee, de recherchegroepen op de justitiële dienst van het district Koninklijke marechaussee.
2. De in het eerste lid bedoelde militair van de Koninklijke marechaussee is hulpofficier van justitie, indien hij een van de navolgende functies bekleedt en voor zolang hij als zodanig optreedt:
a. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, die is aangewezen als vervanger van de brigadecommandant of afdelingscommandant;
b. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, aangewezen als commandant dienstploeg;
c. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, aangewezen en belast met de inbewaringstelling van vreemdelingen in de Huizen van Bewaring.
a. brigadecommandant of afdelingscommandant;
b. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, ingedeeld bij de centrale recherche Koninklijke marechaussee, de recherchegroepen op de justitiële dienst van het district Koninklijke marechaussee.
2. De in het eerste lid bedoelde militair van de Koninklijke marechaussee is hulpofficier van justitie, indien hij een van de navolgende functies bekleedt en voor zolang hij als zodanig optreedt:
a. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, die is aangewezen als vervanger van de brigadecommandant of afdelingscommandant;
b. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, aangewezen als commandant dienstploeg;
c. adjudant-onderofficier of opperwachtmeester, aangewezen en belast met de inbewaringstelling van vreemdelingen in de Huizen van Bewaring.