BWBR0008137
Geldig vanaf 1996-08-01
Artikel VII
Verzamelregeling BWOO
Voor de toepassing van artikel 34d van het Besluit werkloosheid onderwijs en onderzoekpersoneel geldt het volgende:
Artikel 1
Indien de betrokkene tegelijkertijd recht heeft op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en kortdurende uitkering anderzijds en zich, op het moment dat eerstgenoemde uitkering zich bevindt in de loongerelateerde fase een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt voor de toepassing van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel het recht op kortdurende uitkering als eerste beëindigd.
Artikel 2
1. Indien de betrokkene tegelijkertijd recht heeft op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en kortdurende uitkering anderzijds en zich, op het moment dat eerstgenoemde uitkering zich bevindt in de vervolgfase, een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, wordt voor de toepassing van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel het recht met de kortste resterende duur, als eerste beëindigd.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde rechten op uitkering een gelijke resterende duur hebben, wordt de kortdurende uitkering als eerste beëindigd.
Artikel 1
Indien de betrokkene tegelijkertijd recht heeft op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en kortdurende uitkering anderzijds en zich, op het moment dat eerstgenoemde uitkering zich bevindt in de loongerelateerde fase een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt voor de toepassing van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel het recht op kortdurende uitkering als eerste beëindigd.
Artikel 2
1. Indien de betrokkene tegelijkertijd recht heeft op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en kortdurende uitkering anderzijds en zich, op het moment dat eerstgenoemde uitkering zich bevindt in de vervolgfase, een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, wordt voor de toepassing van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel het recht met de kortste resterende duur, als eerste beëindigd.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde rechten op uitkering een gelijke resterende duur hebben, wordt de kortdurende uitkering als eerste beëindigd.