BWBR0008102
Geldig vanaf 1996-10-30
Artikel 5
Besluit participatiefonds
1. De hoogte van de bijdrage, die voor de bevoegde gezagsorganen verschillend kan worden vastgesteld, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
2. Onze Minister toetst of de door het participatiefonds voorgestelde hoogte van de bijdrage in een redelijke verhouding staat tot de uitgaven die het participatiefonds naar verwachting dient te doen met het oog op de uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 2. Onze Minister hanteert daarbij de volgende criteria:
a. de hoogte van de bijdrage dient de vaststelling mogelijk te maken van uitvoeringsregels die ten minste de continuïteit in het onderwijs en de onderwijsverzorging op aanvaardbaar niveau waarborgen, en
b. de hoogte van de bijdrage belemmert het bevoegd gezag in het algemeen niet in de normale taakuitoefening.
3. De in het eerste lid bedoelde goedkeuring is niet vereist, indien de bijdrage niet meer dan 1 procentpunt hoger of lager is dan het percentage dat, met toepassing van de artikelen 126, tweede lid, van de WPO, 121, tweede lid, van de WECen 84b, tweede lid, van de WVOdoor Onze Minister met het oog op de vergoeding van de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden jaarlijks wordt vastgesteld.
2. Onze Minister toetst of de door het participatiefonds voorgestelde hoogte van de bijdrage in een redelijke verhouding staat tot de uitgaven die het participatiefonds naar verwachting dient te doen met het oog op de uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 2. Onze Minister hanteert daarbij de volgende criteria:
a. de hoogte van de bijdrage dient de vaststelling mogelijk te maken van uitvoeringsregels die ten minste de continuïteit in het onderwijs en de onderwijsverzorging op aanvaardbaar niveau waarborgen, en
b. de hoogte van de bijdrage belemmert het bevoegd gezag in het algemeen niet in de normale taakuitoefening.
3. De in het eerste lid bedoelde goedkeuring is niet vereist, indien de bijdrage niet meer dan 1 procentpunt hoger of lager is dan het percentage dat, met toepassing van de artikelen 126, tweede lid, van de WPO, 121, tweede lid, van de WECen 84b, tweede lid, van de WVOdoor Onze Minister met het oog op de vergoeding van de kosten van werkloosheidsuitkeringen of herplaatsingswachtgelden jaarlijks wordt vastgesteld.