BWBR0008086
Geldig vanaf 1996-07-01
Artikel 11
Inkomens- en samenloopbesluit Anw
1. Een op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een volkenrechtelijke organisatie of een andere Mogendheid toegekende uitkering, waaronder mede begrepen een verhoging van een uitkering, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 14, een uitkering als bedoeld in artikel 22of een uitkering als bedoeld in artikel 26 van de wetanders dan op grond van de vrijwillige verzekering, wordt op de uitkering, bedoeld in artikel 14respectievelijk op de uitkering bedoeld in artikel 22of op de uitkering bedoeld in artikel 26in mindering gebracht.
2. Indien bij de vaststelling van de hoogte van een toegekende uitkering als bedoeld in het eerste lid, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 14 van de wet, rekening wordt gehouden met tot het gezin van de nabestaande behorende kinderen, worden voor de toepassing van het eerste lid, de uitkeringen bedoeld in artikel 14en artikel 22 van de wetsamengeteld en als één uitkering beschouwd.
3. Indien een op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een volkenrechtelijke organisatie of een andere Mogendheid toegekende uitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid gekort of geweigerd is op grond van een bestuurlijke boete of maatregel, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid als uitkering beschouwd, de uitkering zonder deze korting of weigering.
4. Indien een uitkering waarop recht bestaat op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een volkenrechtelijke organisatie of een andere Mogendheid, niet wordt uitbetaald omdat onder de toepasselijke wetgeving gebruik is gemaakt van het daarin voorziene recht af te zien van het recht op die uitkering of de uitbetaling daarvan, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid uitgegaan van het bedrag van de uitkering indien geen gebruik zou zijn gemaakt van het recht af te zien van het recht op uitkering of de uitbetaling daarvan.
2. Indien bij de vaststelling van de hoogte van een toegekende uitkering als bedoeld in het eerste lid, die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld in artikel 14 van de wet, rekening wordt gehouden met tot het gezin van de nabestaande behorende kinderen, worden voor de toepassing van het eerste lid, de uitkeringen bedoeld in artikel 14en artikel 22 van de wetsamengeteld en als één uitkering beschouwd.
3. Indien een op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een volkenrechtelijke organisatie of een andere Mogendheid toegekende uitkering als bedoeld in het eerste en tweede lid gekort of geweigerd is op grond van een bestuurlijke boete of maatregel, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid als uitkering beschouwd, de uitkering zonder deze korting of weigering.
4. Indien een uitkering waarop recht bestaat op grond van de wetgeving van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of van Nederland ten behoeve van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een volkenrechtelijke organisatie of een andere Mogendheid, niet wordt uitbetaald omdat onder de toepasselijke wetgeving gebruik is gemaakt van het daarin voorziene recht af te zien van het recht op die uitkering of de uitbetaling daarvan, wordt voor de toepassing van het eerste en tweede lid uitgegaan van het bedrag van de uitkering indien geen gebruik zou zijn gemaakt van het recht af te zien van het recht op uitkering of de uitbetaling daarvan.