BWBR0008076
Geldig vanaf 1996-06-07
Artikel 5
Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1996
Dit onderdeel richt zich op een energie-efficiency verbetering van 26% tussen 1989 en 2000 en het beperken van de groei van het energiegebruik als gevolg van toepassing van een aantal nieuwe energie-intensieve milieutechnologieën, door middel van het bevorderen van de kennis en toepassing van energiebesparingstechnieken en energiezuinige processen voor mestbehandeling, bestrijding van ammoniakemissie en andere schadelijke emissies binnen de veehouderij.
De veehouderij is ingedeeld in varkenshouderij, pluimveehouderij en rundveehouderij. Er wordt naar gestreefd om met de veehouderij meerjarenafspraken te maken. Primair staat het belang, dat de te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect hebben op energiegebruik met in achtneming van milieutechnische randvoorwaarden en daarmee bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelstelling.
De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor een subsidie in aanmerking komen zijn gericht op:
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, kennisoverdracht en marktintroductie van nieuwe en innovatieve energiezuinige (natuurlijke) ventilatiesystemen en klimaatregelingen in de intensieve veehouderij;
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, demonstratie en kennisoverdracht van energie-efficiënte verwarmingssystemen in de zeugen-, vleeskuiken- en kalverhouderij;
ontwikkelen, beproeven en demonstreren van grotere toepassingsmogelijkheden van restwarmte die vrijkomt bij de koeling van melk;
ontwikkelen van nieuwe energie-efficiëntere koelmethoden voor melk;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties op het gebied van energiebesparing;
ontwikkelen, demonstreren en introduceren van energie-efficiënte (decentrale) mestverwerkingsconcepten en (brongerichte) technieken voor de reductie van ammoniak-emissie en andere schadelijke emissies:
demonstreren en beproeven van duurzame energiebronnen (zoals zon, biogas, koude/warmte opslag) in de veehouderij.
De veehouderij is ingedeeld in varkenshouderij, pluimveehouderij en rundveehouderij. Er wordt naar gestreefd om met de veehouderij meerjarenafspraken te maken. Primair staat het belang, dat de te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect hebben op energiegebruik met in achtneming van milieutechnische randvoorwaarden en daarmee bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelstelling.
De voornaamste soorten projecten die in 1996 voor een subsidie in aanmerking komen zijn gericht op:
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, kennisoverdracht en marktintroductie van nieuwe en innovatieve energiezuinige (natuurlijke) ventilatiesystemen en klimaatregelingen in de intensieve veehouderij;
ontwikkeling van, praktijkexperimenten met, demonstratie en kennisoverdracht van energie-efficiënte verwarmingssystemen in de zeugen-, vleeskuiken- en kalverhouderij;
ontwikkelen, beproeven en demonstreren van grotere toepassingsmogelijkheden van restwarmte die vrijkomt bij de koeling van melk;
ontwikkelen van nieuwe energie-efficiëntere koelmethoden voor melk;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties op het gebied van energiebesparing;
ontwikkelen, demonstreren en introduceren van energie-efficiënte (decentrale) mestverwerkingsconcepten en (brongerichte) technieken voor de reductie van ammoniak-emissie en andere schadelijke emissies:
demonstreren en beproeven van duurzame energiebronnen (zoals zon, biogas, koude/warmte opslag) in de veehouderij.