Dit onderdeel richt zich op het verbeteren van de energie-efficiency met 26% tussen 1989 en 2000 en energie-zuinige oplossingen van milieugerelateerde problematieken binnen de overige agrarische sectoren.
De overige agrarische sectoren betreffen met name de bloembollenteelt, paddestoelenteelt en ondernemingen in de agrarische sector (inclusief loonwerkers en veilingen) waar de mechanisatie en/of bewaring voor een belangrijk gedeelte het energiegebruik bepalen.
Projecten komen voor ondersteuning in aanmerking indien ze behoren tot een van de bovengenoemde sectoren, significante energiebesparingsmogelijkheden hebben én indien er een directe relatie bestaat met een bestaande of in voorbereiding zijnde meerjarenafspraken. Primair staat het belang, dat te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect op het energiebeheer van de ondernemers, energiegebruik, energiebesparende investeringen en verbetering van het milieu hebben, en daarmee bijdragen aan het behalen van de bovengenoemde doelstelling.
De voornaamste soorten projecten die in 1996 in de bloembollensector en paddestoelensector voor een subsidie in aanmerking zijn gericht op:
onderzoek naar, praktijkexperimenten met, haalbaarheid, ontwikkeling en demonstratie van én kennisoverdracht over energiebesparingsmogelijkheden bij: de teelt, preparatie, broeierij en bewaring van bloembollen en -knollen;
de champignonteelt en de compostbereiding voor de champignonteelt;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties.
de toepassing van duurzame energiebronnen (zoals zon, biogas, koude/warmte opslag).
de teelt, preparatie, broeierij en bewaring van bloembollen en -knollen;
de champignonteelt en de compostbereiding voor de champignonteelt;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties.
de toepassing van duurzame energiebronnen (zoals zon, biogas, koude/warmte opslag).
Voor de overige ondernemingen in de agrarische sector komen de volgende projecten in 1996 voor subsidie in aanmerking gericht op:
haalbaarheid van, demonstratie van én kennisoverdracht over energiebesparingsmogelijkheden bij: het gebruik van landbouwtrekkers, zelfrijdende machines, trekker/werktuigcombinaties;
transport, droging, koeling en bewaring van onbewerkte tuinbouwprodukten;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties.
toepassing van duurzame energiebronnen (zoals zon, biogas, koude/warmte opslag).
het gebruik van landbouwtrekkers, zelfrijdende machines, trekker/werktuigcombinaties;
transport, droging, koeling en bewaring van onbewerkte tuinbouwprodukten;
ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties.
toepassing van duurzame energiebronnen (zoals zon, biogas, koude/warmte opslag).