BWBR0008072
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 6
Regeling visserij-inspanning IJsselmeer
1. Overdracht van een gehele vergunning is slechts mogelijk
– in het geval dat ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op een vergunning is verleend, indien een verklaring van de pandhouder is overgelegd waaruit blijkt dat deze met de overdracht instemt, en
– in het geval dat een aangeslotene is betrokken, indien een schriftelijke verklaring van de PO-IJsselmeer is overgelegd waaruit blijkt dat deze organisatie een afschrift van de desbetreffende overdrachtstransactie heeft ontvangen.
2. De instemming van de pandhouder, bedoeld in het eerste lid, is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht.
4. De overdracht vindt plaats door een gelijktijdige kennisgeving door de minister aan de aanvrager en aan de ondernemer aan wie de vergunning wordt overgedragen, dat laatstgenoemde de vergunning is verleend.
– in het geval dat ten behoeve van de ondernemer een pandrecht op een vergunning is verleend, indien een verklaring van de pandhouder is overgelegd waaruit blijkt dat deze met de overdracht instemt, en
– in het geval dat een aangeslotene is betrokken, indien een schriftelijke verklaring van de PO-IJsselmeer is overgelegd waaruit blijkt dat deze organisatie een afschrift van de desbetreffende overdrachtstransactie heeft ontvangen.
2. De instemming van de pandhouder, bedoeld in het eerste lid, is slechts vereist indien de pandhouder de minister door middel van een afschrift van de akte van verpanding in kennis heeft gesteld van het gevestigde pandrecht.
4. De overdracht vindt plaats door een gelijktijdige kennisgeving door de minister aan de aanvrager en aan de ondernemer aan wie de vergunning wordt overgedragen, dat laatstgenoemde de vergunning is verleend.