BWBR0008072
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 2
Regeling visserij-inspanning IJsselmeer
1. Onverminderd het bepaalde in de Regeling IJsselmeervisserij 1993is het verboden te vissen in het IJsselmeer gedurende een door de minister te bepalen en in de Staatscourant bekend te maken periode, met alle vistuigen behalve de hengel, de peur en het spieringtuig.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt vrijstelling verleend indien de minister:
a. een producentenorganisatie voor het IJsselmeer heeft erkend overeenkomstig artikel 4bis van de verordening;
b. heeft vastgesteld dat het aantal aangeslotenen tenminste 59% bedraagt van het totaal aantal vergunninghouders;
c. de statuten en het huishoudelijk reglement van de PO-IJsselmeer alsmede het door die organisatie opgestelde visplan voor het eerstvolgende visseizoen heeft goedgekeurd, en
d. van oordeel is dat de naleving van deze regeling en van de afspraken die zijn gemaakt binnen de PO-IJsselmeer voldoende verzekerd is.
3. Een vrijstelling als bedoeld in het tweede lid:
a. geldt slechts voor de aangeslotenen wier aansluiting dateert van vóór 1 januari van het jaar waarin de periode is gelegen waarop de vrijstelling betrekking heeft, en
b. gaat in op het tijdstip dat door de minister in de Staatscourant is bekend gemaakt.
4. De minister kan de in het tweede lid bedoelde vrijstelling intrekken, indien naar zijn oordeel niet langer is voldaan aan één of meer van de in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde voorwaarden.
5. De minister komt in ieder geval tot het oordeel dat niet langer aan het tweede lid, onderdeel d, is voldaan, indien het bestuur van de PO-IJsselmeer naar zijn oordeel onvoldoende zorgdraagt voor:
a. de controle op de naleving van het goedgekeurde visplan;
b. de controle op de naleving door de aangeslotenen van de statuten, het huishoudelijk reglement en andere binnen de PO-IJsselmeer gemaakte huishoudelijke afspraken;
c. het in voorkomende gevallen overeenkomstig deze regeling wijzigen van de vergunningen, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, eerste lid;
d. het voeren van een deugdelijke registratie en administratie van overdrachtstransacties van delen van vergunningen door aangeslotenen;
e. het voeren van een deugdelijke administratie, waaruit te allen tijde blijkt: wie aangeslotene is en vanaf welk tijdstip;
ten behoeve van wie de PO-IJsselmeer namens de minister een vergunning heeft gewijzigd, alsmede de reikwijdte van die vergunningen;
wie aangeslotene is en vanaf welk tijdstip;
ten behoeve van wie de PO-IJsselmeer namens de minister een vergunning heeft gewijzigd, alsmede de reikwijdte van die vergunningen;
f. het terstond berichten aan de Dienst Regelingen welke aangeslotenen de PO hebben verlaten;
g. het onverwijld doorgeven aan de minister van elke wijziging van de statuten en huishoudelijke reglementen;
h. het aan de Algemene Inspectie-dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te allen tijd inzage geven in de gegevens, bedoeld in onderdeel d, e en f;
i. het desverzocht onverwijld verstrekken aan de Dienst Regelingen van een afschrift van de in onderdeel d, e en f bedoelde gegevens.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt vrijstelling verleend indien de minister:
a. een producentenorganisatie voor het IJsselmeer heeft erkend overeenkomstig artikel 4bis van de verordening;
b. heeft vastgesteld dat het aantal aangeslotenen tenminste 59% bedraagt van het totaal aantal vergunninghouders;
c. de statuten en het huishoudelijk reglement van de PO-IJsselmeer alsmede het door die organisatie opgestelde visplan voor het eerstvolgende visseizoen heeft goedgekeurd, en
d. van oordeel is dat de naleving van deze regeling en van de afspraken die zijn gemaakt binnen de PO-IJsselmeer voldoende verzekerd is.
3. Een vrijstelling als bedoeld in het tweede lid:
a. geldt slechts voor de aangeslotenen wier aansluiting dateert van vóór 1 januari van het jaar waarin de periode is gelegen waarop de vrijstelling betrekking heeft, en
b. gaat in op het tijdstip dat door de minister in de Staatscourant is bekend gemaakt.
4. De minister kan de in het tweede lid bedoelde vrijstelling intrekken, indien naar zijn oordeel niet langer is voldaan aan één of meer van de in het tweede lid, onderdelen a tot en met d, bedoelde voorwaarden.
5. De minister komt in ieder geval tot het oordeel dat niet langer aan het tweede lid, onderdeel d, is voldaan, indien het bestuur van de PO-IJsselmeer naar zijn oordeel onvoldoende zorgdraagt voor:
a. de controle op de naleving van het goedgekeurde visplan;
b. de controle op de naleving door de aangeslotenen van de statuten, het huishoudelijk reglement en andere binnen de PO-IJsselmeer gemaakte huishoudelijke afspraken;
c. het in voorkomende gevallen overeenkomstig deze regeling wijzigen van de vergunningen, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, eerste lid;
d. het voeren van een deugdelijke registratie en administratie van overdrachtstransacties van delen van vergunningen door aangeslotenen;
e. het voeren van een deugdelijke administratie, waaruit te allen tijde blijkt: wie aangeslotene is en vanaf welk tijdstip;
ten behoeve van wie de PO-IJsselmeer namens de minister een vergunning heeft gewijzigd, alsmede de reikwijdte van die vergunningen;
wie aangeslotene is en vanaf welk tijdstip;
ten behoeve van wie de PO-IJsselmeer namens de minister een vergunning heeft gewijzigd, alsmede de reikwijdte van die vergunningen;
f. het terstond berichten aan de Dienst Regelingen welke aangeslotenen de PO hebben verlaten;
g. het onverwijld doorgeven aan de minister van elke wijziging van de statuten en huishoudelijke reglementen;
h. het aan de Algemene Inspectie-dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te allen tijd inzage geven in de gegevens, bedoeld in onderdeel d, e en f;
i. het desverzocht onverwijld verstrekken aan de Dienst Regelingen van een afschrift van de in onderdeel d, e en f bedoelde gegevens.