BWBR0008057
Geldig vanaf 1996-05-22
Artikel 3
Wet privatisering RBB
1. De vermogensbestanddelen van de Staat welke aan de Rijks Bedrijfsgezondheids- en Bedrijfsveiligheidsdienst worden toegerekend gaan op de overgangsdatum onder algemene titel van rechtswege over op de N.V. RBB.
2. De in het eerste lid geregelde overgang van vermogensbestanddelen wordt aangemerkt als storting op aandelen van de Staat in, respectievelijk als storting op geldleningen van de Staat aan de N.V. RBB.
3. Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën vast tot welke bedragen de in het tweede lid bedoelde inbreng als storting op geldleningen worden aangemerkt, daarbij tevens bepalend welk gedeelte van deze geldleningen als achtergesteld wordt aangemerkt.
4. Onze Minister van Financiën doet van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen door een registeraccountant een verklaring opstellen, die door de N.V. RBB wordt neergelegd ten kantore van het register, bedoeld in artikel 69, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de plaats waar zij volgens haar statuten haar zetel heeft.
5. Artikel 94 a, eerste en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is op de oprichting van de N.V. RBB van toepassing.
6. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
2. De in het eerste lid geregelde overgang van vermogensbestanddelen wordt aangemerkt als storting op aandelen van de Staat in, respectievelijk als storting op geldleningen van de Staat aan de N.V. RBB.
3. Onze Minister stelt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën vast tot welke bedragen de in het tweede lid bedoelde inbreng als storting op geldleningen worden aangemerkt, daarbij tevens bepalend welk gedeelte van deze geldleningen als achtergesteld wordt aangemerkt.
4. Onze Minister van Financiën doet van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen door een registeraccountant een verklaring opstellen, die door de N.V. RBB wordt neergelegd ten kantore van het register, bedoeld in artikel 69, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van de plaats waar zij volgens haar statuten haar zetel heeft.
5. Artikel 94 a, eerste en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is op de oprichting van de N.V. RBB van toepassing.
6. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.