BWBR0008051
Geldig vanaf 1996-06-01
Artikel 2
Regeling eisen theorie-examen D
De aanvrager van het theorie-examen moet blijk geven kennis en inzicht te bezitten van de hierna genoemde factoren en risico’s die van belang zijn bij deelneming aan het verkeer:
a. het belang van oplettendheid en van de houding ten opzichte van medeweggebruikers;
b. de verandering in het waarnemingsvermogen, beoordelingsvermogen, reactievermogen en gedragsverandering bij een bestuurder ten gevolge van gemoedsgesteldheid, vermoeidheid, omgevingstemperatuur, en van het gebruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen;
c. de belangrijkste richtlijnen voor het bewaren van afstand, remweg en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weg- en weersomstandigheden;
d. verkeersrisico’s in verband met de wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;
e. de risico’s bij inhaalmanoeuvres van opspattend water en slijk en de hiervoor te nemen voorzorgsmaatregelen;
f. de invloed van de wind op de baan van het voertuig;
g. de beperking van het gezichtsveld die voor de bestuurder en de medeweggebruiker door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;
h. de specifieke kenmerken van het voertuig zoals manoeuvreerbaarheid en stabiliteit;
i. de kenmerken van de verschillende soorten wegen en de daarop betrekking hebbende voorschriften;
j. de specifieke risico’s in verband met de onervarenheid van medeweggebruikers en de deelneming aan het verkeer door de meest kwetsbare categorieën, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn.
a. het belang van oplettendheid en van de houding ten opzichte van medeweggebruikers;
b. de verandering in het waarnemingsvermogen, beoordelingsvermogen, reactievermogen en gedragsverandering bij een bestuurder ten gevolge van gemoedsgesteldheid, vermoeidheid, omgevingstemperatuur, en van het gebruik van alcohol, drugs en geneesmiddelen;
c. de belangrijkste richtlijnen voor het bewaren van afstand, remweg en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weg- en weersomstandigheden;
d. verkeersrisico’s in verband met de wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;
e. de risico’s bij inhaalmanoeuvres van opspattend water en slijk en de hiervoor te nemen voorzorgsmaatregelen;
f. de invloed van de wind op de baan van het voertuig;
g. de beperking van het gezichtsveld die voor de bestuurder en de medeweggebruiker door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;
h. de specifieke kenmerken van het voertuig zoals manoeuvreerbaarheid en stabiliteit;
i. de kenmerken van de verschillende soorten wegen en de daarop betrekking hebbende voorschriften;
j. de specifieke risico’s in verband met de onervarenheid van medeweggebruikers en de deelneming aan het verkeer door de meest kwetsbare categorieën, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn.