Artikel 1
De aanvrager van het praktijk-examen dient blijk te geven in staat te zijn na te gaan of er met het examenvoertuig veilig gereden kan worden. De hierna genoemde punten komen aan de orde:
a. het verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b. het afstellen van de spiegels en, indien aanwezig de veiligheidsgordel en de hoofdsteun;
c. nagaan of de portieren gesloten zijn.
a. het verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b. het afstellen van de spiegels en, indien aanwezig de veiligheidsgordel en de hoofdsteun;
c. nagaan of de portieren gesloten zijn.