BWBR0008026
Geldig vanaf 1996-05-15
Artikel 6
Subsidieregeling diergezondheid 1996
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend aangemerkt de volgende kosten, voorzover zij noodzakelijk en rechtstreeks aan het project toe te rekenen zijn:
a) kosten van dienstverrichtingen door derden inclusief ingevolge de Wet op de omzetbelasting verschuldigde omzetbelasting voor zover deze niet in aftrek kan worden gebracht;
b) loonkosten die gemaakt zijn ten behoeve van het project, berekend op basis van het brutojaarloon bij een volledige betrekking, exclusief winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke danwel op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldige opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
c) kosten van afschrijving van machines, materialen en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van 3 jaar voor computerapparatuur, 2 jaar voor software, 5 jaar voor machines en overige apparatuur, 10 jaar voor bedrijfsinrichting en 20 jaar voor gebouwen;
d) kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
e) kosten voor het verstrekken van informatie en het verzorgen van voorlichting;
f) uitvoeringskosten, zoals reiskosten en de kosten van de huur van vergaderzalen.
a) kosten van dienstverrichtingen door derden inclusief ingevolge de Wet op de omzetbelasting verschuldigde omzetbelasting voor zover deze niet in aftrek kan worden gebracht;
b) loonkosten die gemaakt zijn ten behoeve van het project, berekend op basis van het brutojaarloon bij een volledige betrekking, exclusief winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke danwel op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldige opslagen voor sociale lasten, te delen door 1600;
c) kosten van afschrijving van machines, materialen en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van 3 jaar voor computerapparatuur, 2 jaar voor software, 5 jaar voor machines en overige apparatuur, 10 jaar voor bedrijfsinrichting en 20 jaar voor gebouwen;
d) kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;
e) kosten voor het verstrekken van informatie en het verzorgen van voorlichting;
f) uitvoeringskosten, zoals reiskosten en de kosten van de huur van vergaderzalen.