BWBR0008026
Geldig vanaf 1996-05-15
Artikel 11
Subsidieregeling diergezondheid 1996
1. De minister geeft binnen 13 weken na de datum waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend, een beschikking tot subsidieverlening.
2. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan de minister verplichtingen aan de subsidieontvanger opleggen.
3. Op een daartoe schriftelijk bij het PMT DIB ingediend verzoek wordt ten hoogste eenmaal per halfjaar, gerekend vanaf de datum van de in het eerste lid bedoelde beslissing, een voorschot verleend, met dien ten verstande dat het totale bedrag aan voorschotten niet meer kan bedragen dan tachtig procent van het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.
4. Een verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt afgewezen indien:
a. het voorschot minder dan tien procent van het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld bedraagt;
b. het voorschot minder dan € 2.268,90 bedraagt.
2. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan de minister verplichtingen aan de subsidieontvanger opleggen.
3. Op een daartoe schriftelijk bij het PMT DIB ingediend verzoek wordt ten hoogste eenmaal per halfjaar, gerekend vanaf de datum van de in het eerste lid bedoelde beslissing, een voorschot verleend, met dien ten verstande dat het totale bedrag aan voorschotten niet meer kan bedragen dan tachtig procent van het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.
4. Een verzoek als bedoeld in het vorige lid wordt afgewezen indien:
a. het voorschot minder dan tien procent van het bedrag van de subsidie dan wel het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld bedraagt;
b. het voorschot minder dan € 2.268,90 bedraagt.