BWBR0007933
Geldig vanaf 2004-01-12
Artikel 10b
Regeling aanwijzing besmettelijke dierziekten
1. Voor zover een rund abortus vertoont, wordt aan de houder van dit rund vrijstelling verleend van de kennisgeving van dit verschijnsel van brucellose, bedoeld in artikel 19 van de wet, indien voldaan wordt aan het tweede en derde lid.
2. Indien een rund abortus vertoont, stuurt de houder binnen 7 dagen na de abortus een door een dierenarts bij dit rund genomen bloedmonster aan een door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen laboratorium ten behoeve van overeenkomstig bijlage C van richtlijn nr. 64/432/EEGuit te voeren serologisch onderzoek.
3. Zodra de houder ervan op de hoogte is gesteld dat de abortus blijkens het in het tweede lid bedoelde onderzoek vermoedelijk aan brucellose te wijten is, geeft de houder terstond kennis van dit vermoeden aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.
2. Indien een rund abortus vertoont, stuurt de houder binnen 7 dagen na de abortus een door een dierenarts bij dit rund genomen bloedmonster aan een door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen laboratorium ten behoeve van overeenkomstig bijlage C van richtlijn nr. 64/432/EEGuit te voeren serologisch onderzoek.
3. Zodra de houder ervan op de hoogte is gesteld dat de abortus blijkens het in het tweede lid bedoelde onderzoek vermoedelijk aan brucellose te wijten is, geeft de houder terstond kennis van dit vermoeden aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.