BWBR0007933
Geldig vanaf 2004-01-12
Artikel 10
Regeling aanwijzing besmettelijke dierziekten
1. Aan de houder van een dier wordt vrijstelling verleend van de kennisgeving van het feit dat dat dier verschijnselen vertoont van ziekte van Aujeszky, bedoeld in artikel 19 van de wet, indien wordt voldaan aan het tweede en derde lid.
2. Indien een dier verschijnselen van de ziekte van Aujeszky vertoont of indien de sterfte van varkens op een bedrijf bepaalde waarden overschrijdt zoals omschreven in bijlage I, stuurt de houder verdacht materiaal naar de regionale gezondheidsdienst voor dieren.
3. Indien de verdenking van een klinische uitbraak als bedoeld in het tweede lid wordt bevestigd door de regionale gezondheidsdienst voor dieren met een daartoe geëigende onderzoeksmethode, geeft de houder van het dier kennis van de ziekte van Aujeszky aan de ambtenaar bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.
4. De vrijstelling is van overeenkomstige toepassing op de kennisgeving door de dierenarts, bedoeld in artikel 100 van de wet, van de ziekte van Aujeszky, met dien verstande dat hij van de bevestiging door de regionale gezondheidsdienst van dieren tevens kennis geeft aan de ambtenaar bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.
2. Indien een dier verschijnselen van de ziekte van Aujeszky vertoont of indien de sterfte van varkens op een bedrijf bepaalde waarden overschrijdt zoals omschreven in bijlage I, stuurt de houder verdacht materiaal naar de regionale gezondheidsdienst voor dieren.
3. Indien de verdenking van een klinische uitbraak als bedoeld in het tweede lid wordt bevestigd door de regionale gezondheidsdienst voor dieren met een daartoe geëigende onderzoeksmethode, geeft de houder van het dier kennis van de ziekte van Aujeszky aan de ambtenaar bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.
4. De vrijstelling is van overeenkomstige toepassing op de kennisgeving door de dierenarts, bedoeld in artikel 100 van de wet, van de ziekte van Aujeszky, met dien verstande dat hij van de bevestiging door de regionale gezondheidsdienst van dieren tevens kennis geeft aan de ambtenaar bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de wet.