BWBR0007926
Geldig vanaf 1996-03-20
Artikel 9
Besluit stimulering ruimte voor economische activiteit
1. Onze Minister wint omtrent een aanvraag advies in van de commissie, bedoeld in artikel 6.
2. De commissie geeft aan Onze Minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien planologische belemmeringen het onwaarschijnlijk maken, dat binnen achttien maanden na de beslissing op de aanvraag een aanvang gemaakt kan worden met de uitvoering van het project;
b. indien onvoldoende aannemelijk is dat voor het project voldoende financiële middelen beschikbaar komen, zodanig dat bijdragen aan het project van anderen dan de aanvrager, de gevraagde subsidie daaronder begrepen, niet meer uitmaken dan 60 procent van de projectkosten in geval van een ontwikkelingsproject en niet meer dan 80 procent van de projectkosten in geval van een revitaliseringsproject;
c. indien de commissie de projectkosten raamt op minder dan een door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat verschillend kan worden vastgesteld voor de verschillende soorten projecten.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. een grotere bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van knelpunten met betrekking tot de tijdige beschikbaarheid van ruimte voor bedrijvigheid met de juiste kwaliteit,
b. de kwaliteit van bedrijventerreinenvisie beter is,
c. het draagvlak bij bestuur en bedrijfsleven groter is, met dien verstande dat het criterium bedoeld onder a voor 50 procent meeweegt en de criteria bedoeld onder b en c elk voor 25 procent meewegen.
2. De commissie geeft aan Onze Minister in ieder geval een negatief advies:
a. indien planologische belemmeringen het onwaarschijnlijk maken, dat binnen achttien maanden na de beslissing op de aanvraag een aanvang gemaakt kan worden met de uitvoering van het project;
b. indien onvoldoende aannemelijk is dat voor het project voldoende financiële middelen beschikbaar komen, zodanig dat bijdragen aan het project van anderen dan de aanvrager, de gevraagde subsidie daaronder begrepen, niet meer uitmaken dan 60 procent van de projectkosten in geval van een ontwikkelingsproject en niet meer dan 80 procent van de projectkosten in geval van een revitaliseringsproject;
c. indien de commissie de projectkosten raamt op minder dan een door Onze Minister bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat verschillend kan worden vastgesteld voor de verschillende soorten projecten.
3. De commissie rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een project hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. een grotere bijdrage wordt geleverd aan het oplossen van knelpunten met betrekking tot de tijdige beschikbaarheid van ruimte voor bedrijvigheid met de juiste kwaliteit,
b. de kwaliteit van bedrijventerreinenvisie beter is,
c. het draagvlak bij bestuur en bedrijfsleven groter is, met dien verstande dat het criterium bedoeld onder a voor 50 procent meeweegt en de criteria bedoeld onder b en c elk voor 25 procent meewegen.