BWBR0007917
Geldig vanaf 1996-03-02
Artikel 5
Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders 1996
1. Met inachtneming van de artikelen 2en 3bedraagt de subsidie per gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaats op alle werk- of studiedagen van de week: f 18.000 voor het gehele kalenderjaar vermenigvuldigd met de in het tweede lid omschreven omrekenfactor.
2. De omrekenfactor bedraagt bij:
a. hele-dagopvang: 1;
b. halve-dagopvang: 0,66;
c. buitenschoolse opvang: 0,66;
d. gastouderopvang: 0,40.
3. De subsidie wordt naar evenredigheid verlaagd, indien de kinderopvangplaats niet op alle werk- of studiedagen van de week wordt gerealiseerd of slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar.
4. De na toepassing van de leden 1, 2 en 3 berekende subsidie wordt verlaagd indien de gemiddelde feitelijke bezetting van de gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaatsen over 1996 lager is dan 50%. Voorzover deze gemiddelde bezetting beneden de 50% blijft, wordt het verschil in procentpunten vermenigvuldigd met de factor 2, en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie.
2. De omrekenfactor bedraagt bij:
a. hele-dagopvang: 1;
b. halve-dagopvang: 0,66;
c. buitenschoolse opvang: 0,66;
d. gastouderopvang: 0,40.
3. De subsidie wordt naar evenredigheid verlaagd, indien de kinderopvangplaats niet op alle werk- of studiedagen van de week wordt gerealiseerd of slechts gedurende een gedeelte van het kalenderjaar.
4. De na toepassing van de leden 1, 2 en 3 berekende subsidie wordt verlaagd indien de gemiddelde feitelijke bezetting van de gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaatsen over 1996 lager is dan 50%. Voorzover deze gemiddelde bezetting beneden de 50% blijft, wordt het verschil in procentpunten vermenigvuldigd met de factor 2, en vervolgens in mindering gebracht op de subsidie.