BWBR0007907
Geldig vanaf 1996-04-01
Artikel 1
Lozingenbesluit WVO stedelijk afvalwater
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens;
b. bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater;
c. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en afvloeiend hemelwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
d. rioolwaterzuiveringsinrichting: inrichting voor het zuiveren van stedelijk afvalwater;
e. bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting: 1°. die vóór 1 januari 1991 in bedrijf is genomen en waarvan de capaciteit op of na 1 januari 1991 niet of met niet meer dan 25 procent is uitgebreid of ten aanzien waarvan ten behoeve van het uitbreiden van de capaciteit met meer dan 25 procent vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd, of
2°. die vóór 1 september 1992 in bedrijf is genomen en ten behoeve van het bouwen waarvan vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd;
1°. die vóór 1 januari 1991 in bedrijf is genomen en waarvan de capaciteit op of na 1 januari 1991 niet of met niet meer dan 25 procent is uitgebreid of ten aanzien waarvan ten behoeve van het uitbreiden van de capaciteit met meer dan 25 procent vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd, of
2°. die vóór 1 september 1992 in bedrijf is genomen en ten behoeve van het bouwen waarvan vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd;
f. nieuwe rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting die geen bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting is;
g. beheerder: bestuursorgaan dat één of meer rioolwaterzuiveringsinrichtingen beheert;
h. totaal-stikstof: de som van totaal Kjeldahl-stikstof (organisch N + NH3), nitraat (NO3)-stikstof en nitriet (NO2)-stikstof;
i. zuiveringsrendement: percentage van het totaal-fosfaat onderscheidenlijk totaal-stikstof dat uit het, op de gezamenlijk bij dezelfde beheerder in beheer zijnde rioolwaterzuiveringsinrichtingen aangevoerde, afvalwater wordt verwijderd;
j. lozen: het vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting in oppervlaktewateren brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, afkomstig van stedelijk afvalwater;
k. zuiveringsslib: slib dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van een rioolwaterzuiveringsinrichting;
l. i.e. (inwoner-equivalent): biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
m. waterkwaliteitsbeheerder: bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 3 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is een vergunning te verlenen;
n. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
a. huishoudelijk afvalwater: afvalwater afkomstig uit particuliere huishoudens;
b. bedrijfsafvalwater: afvalwater, niet zijnde huishoudelijk afvalwater;
c. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater en afvloeiend hemelwater dan wel het mengsel van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
d. rioolwaterzuiveringsinrichting: inrichting voor het zuiveren van stedelijk afvalwater;
e. bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting: 1°. die vóór 1 januari 1991 in bedrijf is genomen en waarvan de capaciteit op of na 1 januari 1991 niet of met niet meer dan 25 procent is uitgebreid of ten aanzien waarvan ten behoeve van het uitbreiden van de capaciteit met meer dan 25 procent vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd, of
2°. die vóór 1 september 1992 in bedrijf is genomen en ten behoeve van het bouwen waarvan vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd;
1°. die vóór 1 januari 1991 in bedrijf is genomen en waarvan de capaciteit op of na 1 januari 1991 niet of met niet meer dan 25 procent is uitgebreid of ten aanzien waarvan ten behoeve van het uitbreiden van de capaciteit met meer dan 25 procent vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd, of
2°. die vóór 1 september 1992 in bedrijf is genomen en ten behoeve van het bouwen waarvan vóór 1 januari 1991 een bouwvergunning in de zin van de Woningwet 1962 is aangevraagd;
f. nieuwe rioolwaterzuiveringsinrichting: rioolwaterzuiveringsinrichting die geen bestaande rioolwaterzuiveringsinrichting is;
g. beheerder: bestuursorgaan dat één of meer rioolwaterzuiveringsinrichtingen beheert;
h. totaal-stikstof: de som van totaal Kjeldahl-stikstof (organisch N + NH3), nitraat (NO3)-stikstof en nitriet (NO2)-stikstof;
i. zuiveringsrendement: percentage van het totaal-fosfaat onderscheidenlijk totaal-stikstof dat uit het, op de gezamenlijk bij dezelfde beheerder in beheer zijnde rioolwaterzuiveringsinrichtingen aangevoerde, afvalwater wordt verwijderd;
j. lozen: het vanuit een rioolwaterzuiveringsinrichting in oppervlaktewateren brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, afkomstig van stedelijk afvalwater;
k. zuiveringsslib: slib dat geheel of in hoofdzaak afkomstig is van een rioolwaterzuiveringsinrichting;
l. i.e. (inwoner-equivalent): biochemisch zuurstofverbruik van 54 gram per etmaal;
m. waterkwaliteitsbeheerder: bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 3 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren bevoegd is een vergunning te verlenen;
n. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.