BWBR0007837
Geldig vanaf 1996-02-28
Artikel 5
Destructiebesluit 1996
1. De ruimten in het onreine gedeelte zijn ten minste voorzien van:
a. vloeren van ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal, die niet kunnen rotten en zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar met een rooster bedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het wordt afgevoerd;
b. gladde, duurzame en ondoordringbare wanden, die van een heldere en afwasbare bekleding zijn voorzien tot een hoogte van ten minste 2,5 meter;
c. een behoorlijke ventilatie.
2. De overgang van de vloer van het onreine gedeelte naar de wanden en van de wanden onderling is rond.
a. vloeren van ondoordringbaar, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal, die niet kunnen rotten en zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar met een rooster bedekte en van stankafsluiting voorziene kolken, vanwaar het wordt afgevoerd;
b. gladde, duurzame en ondoordringbare wanden, die van een heldere en afwasbare bekleding zijn voorzien tot een hoogte van ten minste 2,5 meter;
c. een behoorlijke ventilatie.
2. De overgang van de vloer van het onreine gedeelte naar de wanden en van de wanden onderling is rond.