BWBR0007837
Geldig vanaf 1996-02-28
Artikel 27
Destructiebesluit 1996
1. Indien bij aangevoerd hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal verschijnselen worden waargenomen van een besmettelijke ziekte waarop hoofdstuk II, afdeling 3, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierengeheel of gedeeltelijk van toepassing is zonder dat de aanwezigheid van deze ziekte bekend was, wordt het desbetreffende materiaal zodanig bewaard dat het volledig is afgezonderd van ander destructiemateriaal en dat onderzoek naar behoren kan plaatsvinden. Indien bij aangevoerd hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal de aanwezigheid van miltvuur wordt vermoed, blijft al het in de desbetreffende ruimte aanwezige destructiemateriaal ter plaatse tot de toezichthoudende ambtenaar wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde belangen aangaat en aan wie door de ondernemer op de snelste wijze bericht van het vermoeden wordt gezonden, nadere aanwijzingen ter zake heeft gegeven.
2. Dode slachtdieren, gestorven aan of verdacht van miltvuur, die worden aangevoerd in een voor de onschadelijkmaking van deze dieren bestemd verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal, worden in hun geheel onschadelijk gemaakt in een ketel die zo is afgescheiden van de omgeving dat de vloer binnen de afscheiding afzonderlijk kan worden ontsmet. Het is verboden het overeenkomstig de eerste volzin onschadelijk gemaakte destructiemateriaal af te leveren voor voederdoeleinden.
3. Het is verboden met vervoermiddelen waarmee erven en boerderijen zijn bezocht die door het plaatsen van een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, besmet of van besmetting verdacht zijn verklaard, erven en boerderijen waarop zodanig kenteken niet is geplaatst te bezoeken, tenzij na voorafgaande reiniging en ontsmetting.
2. Dode slachtdieren, gestorven aan of verdacht van miltvuur, die worden aangevoerd in een voor de onschadelijkmaking van deze dieren bestemd verwerkingsbedrijf voor hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal, worden in hun geheel onschadelijk gemaakt in een ketel die zo is afgescheiden van de omgeving dat de vloer binnen de afscheiding afzonderlijk kan worden ontsmet. Het is verboden het overeenkomstig de eerste volzin onschadelijk gemaakte destructiemateriaal af te leveren voor voederdoeleinden.
3. Het is verboden met vervoermiddelen waarmee erven en boerderijen zijn bezocht die door het plaatsen van een kenteken als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder d, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, besmet of van besmetting verdacht zijn verklaard, erven en boerderijen waarop zodanig kenteken niet is geplaatst te bezoeken, tenzij na voorafgaande reiniging en ontsmetting.