De jaarlijks verschuldigde vergoeding bedraagt voor een vergunning, verleend aan:
a. een A-fabrikant of een A/d-fabrikant: € 5 672,25;
b. een loonfabrikant of een paralelgroothandelaar"Paralelgroothandelaar"moet zijn "Parallelgroothandelaar": € 5 672,25;
c. een A/a-fabrikant, een importeur of een groothandelaar: € 1 021,01.
In afwijking van artikel 2, onder a en c, bedraagt de jaarlijkse vergoeding voor de in die bepalingen bedoelde vergunningen, indien zij strekken tot:
a. het fabriceren dan wel importeren uitsluitend ten behoeve van het afleveren aan tandartsen van farmaceutische producten die in de uitoefening van hun beroep wordt worden gebruikt:€ 142,94;
b. het uitsluitend afleveren aan tandartsen van de onder a bedoelde producten: € 31,76.
Een vergoeding als bedoeld in deze paragraaf is voor de eerste maal verschuldigd 30 dagen na dagtekening van de vergunning en vervolgens in de maand januari van elk daaropvolgend kalenderjaar.
Ingeval een in deze paragraaf bedoelde vergunning wordt verleend na 31 januari van een kalenderjaar wordt op de voor die vergunning verschuldigde jaarlijkse vergoeding voor dat kalenderjaar een aftrek toegepast van 1/12 van de verschuldigde vergoeding voor elke kalendermaand, voorafgaande aan de maand waarin de vergunning is verleend.
De vergoeding, bedoeld in artikel 15 van het besluit, is voor de eerste maal verschuldigd op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het farmaceutisch product in een register is ingeschreven en vervolgens op 1 januari van elk daarop volgend jaar. De jaarlijkse vergoeding is niet langer verschuldigd indien op 31 december van het voorafgaande jaar een inschrijving is doorgehaald of vervallen.
1. In dit artikel wordt verstaan onder ’het besluit’: het Besluit bereiding en aflevering van farmaceutische produkten.
2. Voor een in artikel 47, eerste lid, van het besluit bedoeld onderzoek, verricht door een ingevolge dat lid aangewezen overheidsinstelling, is een vergoeding verschuldigd gelijk aan de door die instelling werkelijk gemaakte kosten.
3. De verschuldigde vergoeding voor een in artikel 47, eerste lid, van het besluit bedoelde controle van protocollen bedraagt € 61,26.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een onderzoek onderscheidenlijk controle als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het besluit.
De betaling van de in de paragrafen 2 en 4 onderscheidenlijk de paragrafen 3 en 5, bedoelde vergoedingen vindt plaats uiterlijk 30 dagen na de dag waarop de daartoe strekkende rekening door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onderscheidenlijk het College ter beoordeling van geneesmiddelen aan de betrokkene is verzonden.