Artikel 1
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
b. farmaceutisch product: farmaceutische specialité of farmaceutisch preparaat;
c. college: College ter beoordeling van geneesmiddelen, bedoeld in artikel 29 van de wet;
d. register: register van farmaceutische specialités of van farmaceutische preparaten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet;
e. registratiehouder: degeen te wiens name een farmaceutisch product in het desbetreffende register staat ingeschreven;
f. lid-staat: staat, welke lid is van de Europese Economische Gemeenschap;
g. inschrijving, dan wel vergunning: een besluit betreffende de registratie van een farmaceutisch product op grond waarvan dat product in Nederland, dan wel in een andere lid-staat in de handel mag worden gebracht;
h. Europese registratie-verordening: de verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214);
i. comité: het Comité voor farmaceutische specialiteiten, verbonden aan het Europees bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling;
j. commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
k. raad: de Raad van de Europese Gemeenschappen;
l. procedure: een procedure van bezwaar, beroep of klacht met betrekking tot de registratie van een geneesmiddel waarin de commissie of de raad een bindende uitspraak doet als bedoeld in artikel 14 van Richtlijn 75/319/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1975 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (Pb EG L 147), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij Richtlijn 93/39/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 (Pb EG L 214);
m. beroepsbeoefenaren: apothekers, apotheekhoudende artsen en apothekersassistenten, in de zin der wet, en artsen, tandartsen en verloskundigen.
2. Met een lidstaat wordt gelijkgesteld een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
a. wet: Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
b. farmaceutisch product: farmaceutische specialité of farmaceutisch preparaat;
c. college: College ter beoordeling van geneesmiddelen, bedoeld in artikel 29 van de wet;
d. register: register van farmaceutische specialités of van farmaceutische preparaten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet;
e. registratiehouder: degeen te wiens name een farmaceutisch product in het desbetreffende register staat ingeschreven;
f. lid-staat: staat, welke lid is van de Europese Economische Gemeenschap;
g. inschrijving, dan wel vergunning: een besluit betreffende de registratie van een farmaceutisch product op grond waarvan dat product in Nederland, dan wel in een andere lid-staat in de handel mag worden gebracht;
h. Europese registratie-verordening: de verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214);
i. comité: het Comité voor farmaceutische specialiteiten, verbonden aan het Europees bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling;
j. commissie: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
k. raad: de Raad van de Europese Gemeenschappen;
l. procedure: een procedure van bezwaar, beroep of klacht met betrekking tot de registratie van een geneesmiddel waarin de commissie of de raad een bindende uitspraak doet als bedoeld in artikel 14 van Richtlijn 75/319/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1975 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (Pb EG L 147), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij Richtlijn 93/39/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 (Pb EG L 214);
m. beroepsbeoefenaren: apothekers, apotheekhoudende artsen en apothekersassistenten, in de zin der wet, en artsen, tandartsen en verloskundigen.
2. Met een lidstaat wordt gelijkgesteld een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.