BWBR0007823
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 13
Besluit inbeslaggenomen voorwerpen
1. De opsporingsambtenaar die een inbeslaggenomen voorwerp bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderzich heeft, stelt zich onverwijld met het openbaar ministerie in verbinding, met het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot vernietiging. De opsporingsambtenaar draagt tevens zorg voor de uitvoering van de machtiging tot vernietiging van middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwetop de wijze bepaald in artikel 15. Artikel 14blijft buiten toepassing.
2. Indien het betreft een voorwerp, inbeslaggenomen terzake van het bepaalde bij of krachtens een van de in artikel 7, tweede lid, genoemde wetten, verzoekt de bewaarder of de opsporingsambtenaar, die het voorwerp onder zich heeft, terstond machtiging tot onverwijlde vernietiging, indien de daartoe te raadplegen ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van mening is, dat zulks ter wering van besmettelijke dier- en plantenziekten is vereist.
3. Indien machtiging tot vernietiging of vervreemding is verleend aan de opsporingsambtenaar die het voorwerp onder zich heeft, stelt deze het voorwerp onverwijld ter beschikking van de daarvoor in artikel 1aangewezen bewaarder.
2. Indien het betreft een voorwerp, inbeslaggenomen terzake van het bepaalde bij of krachtens een van de in artikel 7, tweede lid, genoemde wetten, verzoekt de bewaarder of de opsporingsambtenaar, die het voorwerp onder zich heeft, terstond machtiging tot onverwijlde vernietiging, indien de daartoe te raadplegen ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van mening is, dat zulks ter wering van besmettelijke dier- en plantenziekten is vereist.
3. Indien machtiging tot vernietiging of vervreemding is verleend aan de opsporingsambtenaar die het voorwerp onder zich heeft, stelt deze het voorwerp onverwijld ter beschikking van de daarvoor in artikel 1aangewezen bewaarder.