BWBR0007802
Geldig vanaf 1996-01-05
Artikel 14
Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart
1. In ieder geval kan de Minister de subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:
a. de activiteiten met het oog waarop subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of naar het oordeel van de Minister niet zullen plaatsvinden;
b. de subsidie naar het oordeel van de Minister geen wezenlijke bijdrage meer zou leveren aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 2;
c. het samenwerkingsverband niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze regeling;
d. de subsidie is verleend op basis van zodanig onjuiste of onvolledige informatie, dat een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen, indien de juiste gegevens waren verstrekt;
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten; of
f. de aanvrager onherroepelijk failliet is verklaard.
2. De reeds betaalde subsidie is bij gehele of gedeeltelijke intrekking terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar.
a. de activiteiten met het oog waarop subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of naar het oordeel van de Minister niet zullen plaatsvinden;
b. de subsidie naar het oordeel van de Minister geen wezenlijke bijdrage meer zou leveren aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 2;
c. het samenwerkingsverband niet heeft voldaan aan het bepaalde in deze regeling;
d. de subsidie is verleend op basis van zodanig onjuiste of onvolledige informatie, dat een andere beslissing op de aanvraag zou zijn genomen, indien de juiste gegevens waren verstrekt;
e. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten; of
f. de aanvrager onherroepelijk failliet is verklaard.
2. De reeds betaalde subsidie is bij gehele of gedeeltelijke intrekking terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar.