BWBR0007802
Geldig vanaf 1996-01-05
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart
Het samenwerkingsverband:
a. legt binnen zes weken na afloop van ieder subsidiejaar aan de Minister over een financieel jaarverslag, waaronder de realisering van de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, alsmede een verslag van de daadwerkelijke voortgang van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband;
b. legt, onverminderd onderdeel a, binnen zes weken na afloop van de periode waarop de bijdrage betrekking heeft aan de Minister over een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;
c. voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan;
d. bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar;
e. toont op verzoek van de Minister de administratie en de daartoe behorende bescheiden op één adres;
f. neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;
g. verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie en houdt de bewijsstukken daartoe ter beschikking;
h. stelt de Minister onverwijld op de hoogte van wijzigingen in de organisatie waaronder het aantal deelnemers, en de bedrijfsvoering; en
i. doet onverwijld aan de Minister mededeling van de indiening van een verzoek om surséance van betaling of van faillissement.
a. legt binnen zes weken na afloop van ieder subsidiejaar aan de Minister over een financieel jaarverslag, waaronder de realisering van de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, alsmede een verslag van de daadwerkelijke voortgang van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband;
b. legt, onverminderd onderdeel a, binnen zes weken na afloop van de periode waarop de bijdrage betrekking heeft aan de Minister over een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;
c. voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan;
d. bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar;
e. toont op verzoek van de Minister de administratie en de daartoe behorende bescheiden op één adres;
f. neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;
g. verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie en houdt de bewijsstukken daartoe ter beschikking;
h. stelt de Minister onverwijld op de hoogte van wijzigingen in de organisatie waaronder het aantal deelnemers, en de bedrijfsvoering; en
i. doet onverwijld aan de Minister mededeling van de indiening van een verzoek om surséance van betaling of van faillissement.