BWBR0007800
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 11
Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs
1. Het bevoegd gezag spant zich in om de betrokkene, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, te reïntegreren in diens eigen functie, waarbij zonodig technische aanpassingen van de werkplek, een andere groepering van taken of aanpassing van de werkomgeving wordt toegepast. Als reïntegratie in de eigen functie niet mogelijk is, spant het bevoegd gezag zich in om de werknemer te reïntegreren in een andere functie bij het bevoegd gezag. Bij de toepassing van de tweede volzin geldt als uitgangspunt dat de nieuwe functie zoveel mogelijk aansluit bij opleiding en ervaring van de betrokkene. Indien het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat geen andere functie voor de betrokkene in aanmerking komt of geen geschikte functie kan worden gecreëerd door een andere groepering van taken of een aanpassing van de werkomgeving, bevordert het bevoegd gezag de plaatsing van de betrokkene in een voor hem passende functie bij een andere werkgever.
2. Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de betrokkene een plan van aanpak op als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a, tweede lid, van de WAO</a>, dan wel <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25, tweede, van de Wet WIA</a>. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de betrokkene regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Indien voor reïntegratie in een andere functie bij het bevoegd gezag her-, om- of bijscholing noodzakelijk is, stelt het bevoegd gezag in overleg met de betrokkene een scholingsplan op. Scholing op grond van het scholingsplan vindt plaats op kosten van het bevoegd gezag en in werktijd van de betrokkene.
3. Het bevoegd gezag bevestigt een aanbod aan de betrokkene tot plaatsing in een voor hem passende functie bij een andere werkgever schriftelijk. In de schriftelijke bevestiging wordt gewezen op de mogelijkheid, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013060/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 32, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>.
4. De in het eerste lid bedoelde plaatsing geschiedt door middel van detachering. De detachering duurt totdat de betrokkene is ontslagen op grond van artikel 20, tweede lid. Van de detachering wordt melding gemaakt in de schriftelijke bevestiging als bedoeld in het derde lid.
5. Het bevoegd gezag biedt aan een bij hem in dienst zijnde gedeeltelijk arbeidsgeschikte betrokkene die op grond van een beoordeling door UWV in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse wordt ingedeeld of niet langer arbeidsongeschikt is, een aanstelling overeenkomend met de nieuwe restverdiencapaciteit aan, tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Van een zwaarwegend dienstbelang is in elk geval sprake als die uitbreiding leidt tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard voor het bevoegd gezag.
2. Uit hoofde van zijn verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de betrokkene een plan van aanpak op als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/71a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 71a, tweede lid, van de WAO</a>, dan wel <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25, tweede, van de Wet WIA</a>. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de betrokkene regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Indien voor reïntegratie in een andere functie bij het bevoegd gezag her-, om- of bijscholing noodzakelijk is, stelt het bevoegd gezag in overleg met de betrokkene een scholingsplan op. Scholing op grond van het scholingsplan vindt plaats op kosten van het bevoegd gezag en in werktijd van de betrokkene.
3. Het bevoegd gezag bevestigt een aanbod aan de betrokkene tot plaatsing in een voor hem passende functie bij een andere werkgever schriftelijk. In de schriftelijke bevestiging wordt gewezen op de mogelijkheid, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013060/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 32, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen</a>.
4. De in het eerste lid bedoelde plaatsing geschiedt door middel van detachering. De detachering duurt totdat de betrokkene is ontslagen op grond van artikel 20, tweede lid. Van de detachering wordt melding gemaakt in de schriftelijke bevestiging als bedoeld in het derde lid.
5. Het bevoegd gezag biedt aan een bij hem in dienst zijnde gedeeltelijk arbeidsgeschikte betrokkene die op grond van een beoordeling door UWV in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse wordt ingedeeld of niet langer arbeidsongeschikt is, een aanstelling overeenkomend met de nieuwe restverdiencapaciteit aan, tenzij sprake is van een zwaarwegend dienstbelang. Van een zwaarwegend dienstbelang is in elk geval sprake als die uitbreiding leidt tot ernstige problemen van financiële of organisatorische aard voor het bevoegd gezag.