BWBR0007791
Geldig vanaf 1995-12-28
Artikel 3
Wet privatisering ABP
1. Een aanwijzing op grond van artikel B 3 van de Abp-wet wordt aangemerkt als een aanwijzing ingevolge artikel 2, derde lid, onderdeel b.
2. Onze Minister kan, gehoord het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP en de Nederlandsche Bank N.V., een aanwijzing uiterlijk voor het tijdstip, bedoeld in artikel 21, derde lid, intrekken indien het lichaam niet meer voldoet aan een of meer van de gestelde voorwaarden of aan de eisen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, onderscheidenlijk c.
3. Indien aan het vijfde lid toepassing wordt gegeven, is artikel 22, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister kan, gehoord het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP en de Nederlandsche Bank N.V., een aanwijzing uiterlijk voor het tijdstip, bedoeld in artikel 21, derde lid, intrekken indien het lichaam niet meer voldoet aan een of meer van de gestelde voorwaarden of aan de eisen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, onderscheidenlijk c.
3. Indien aan het vijfde lid toepassing wordt gegeven, is artikel 22, derde lid, van overeenkomstige toepassing.