BWBR0007733
Geldig vanaf 1995-12-30
Artikel 6
Bedrijfsbeëindigingsregeling binnenvaart
1. Het recht op uitkering ontstaat niet of komt te vervallen voor de gewezen ondernemer die:
a. zelf, dan wel van wie de echtgenoot wederom een onderneming opricht of de arbeid in een ander beroep of bedrijf aanvangt;
b. buiten Nederland woont of aldaar anders dan tijdelijk verblijf houdt;
c. op grond van Vreemdelingenwet kan worden uitgezet;
d. rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
e. op grond van de Wet IOAZ voor een uitkering in aanmerking kan komen en die een vermogen heeft dat gelijk is aan of minder dan het in artikel 8, tweede lid, van de Wet IOAZ genoemde bedrag.
2. Geen recht op uitkering heeft de echtgenoot, indien ten aanzien van deze, dan wel ten aanzien van de gewezen ondernemer zich een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid. 3. Indien zich ten aanzien van de echtgenoot een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid, onderdelen b, c en d, wordt de gewezen ondernemer aangemerkt als alleenstaande.
a. zelf, dan wel van wie de echtgenoot wederom een onderneming opricht of de arbeid in een ander beroep of bedrijf aanvangt;
b. buiten Nederland woont of aldaar anders dan tijdelijk verblijf houdt;
c. op grond van Vreemdelingenwet kan worden uitgezet;
d. rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
e. op grond van de Wet IOAZ voor een uitkering in aanmerking kan komen en die een vermogen heeft dat gelijk is aan of minder dan het in artikel 8, tweede lid, van de Wet IOAZ genoemde bedrag.
2. Geen recht op uitkering heeft de echtgenoot, indien ten aanzien van deze, dan wel ten aanzien van de gewezen ondernemer zich een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid. 3. Indien zich ten aanzien van de echtgenoot een omstandigheid voordoet als omschreven in het eerste lid, onderdelen b, c en d, wordt de gewezen ondernemer aangemerkt als alleenstaande.