BWBR0007702
Geldig vanaf 1995-12-23
Artikel 6
Reisregeling buitenland politie
1. Voor de berekening van de vergoeding voor verblijfskosten wordt uitgegaan van de in de bijlage Ibij deze regeling opgenomen tarieflijst voor de verschillende gebieden waarin wordt gereisd, met dien verstande dat:
a. voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van een dienstreis van vier uur of langer, de artikelen 7 en 8 van de Reisregeling binnenland politie overeenkomstig worden toegepast;
b. indien bij reizen door verschillende gebieden buiten Nederland tijdens een of meer reisgedeelten geen uitgaven voor logies of maaltijden behoeven te worden gemaakt, deze gedeelten kunnen worden bijgevoegd bij een volgend of voorafgaand reisgedeelte in welk geval het daarvoor alsdan geldende tarief kan worden toegepast.
2. De vergoeding voor verblijfskosten bestaat uit:
a. een vergoeding voor kleine uitgaven (urencomponent) ter grootte van 1,5 procent van het bedrag voor overige kosten opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, voor ieder uur dat de dienstreis duurt;
b. een vergoeding van de werkelijk gemaakte logieskosten (logiescomponent) tot maximaal per overnachting het daarvoor opgenomen bedrag in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, met dien verstande dat, indien niet een bewijsstuk kan worden overlegd waaruit blijkt dat logieskosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid, een bedrag wordt vergoed van € 11,34 per overnachting tot een maximum van vier overnachtingen per dienstreis;
c. een ontbijtvergoeding ter grootte van 12 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in het eerste lid bedoelde tarieflijst voor iedere periode van 6.00 uur tot 8.00 uur die binnen de dienstreis valt;
d. een lunchvergoeding (lunchcomponent) ter grootte van 20 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, voor iedere periode van 12.00 uur tot 14.00 uur die binnen de dienstreis valt;
e. een dinervergoeding (dinercomponent) ter grootte van 32 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst voor iedere periode van 18.00 tot 20.00 uur die binnen de dienstreis valt.
3. De aanspraak op de in het tweede lid onder c, d, en e bedoelde vergoedingen bestaat slechts voor zover voor het verkrijgen van een ontbijt, lunch respectievelijk diner kosten zijn gemaakt.
4. Indien een bewijsstuk van kosten voor logies en ontbijt wordt overlegd waaruit niet duidelijk blijkt welk deel van de kosten voor logies en welk deel van de kosten voor ontbijt zijn gemaakt, worden de op het bewijsstuk vermelde kosten vergoed, voor zover deze niet meer bedragen dan de som van de vergoedingen genoemd in het tweede lid, onder b en c.
5. Dit artikel geldt niet ten aanzien van verblijfkosten waarvoor onder toepassing van artikel 9in een vergoeding wordt voorzien.
a. voor een binnen Nederland verlopend gedeelte van een dienstreis van vier uur of langer, de artikelen 7 en 8 van de Reisregeling binnenland politie overeenkomstig worden toegepast;
b. indien bij reizen door verschillende gebieden buiten Nederland tijdens een of meer reisgedeelten geen uitgaven voor logies of maaltijden behoeven te worden gemaakt, deze gedeelten kunnen worden bijgevoegd bij een volgend of voorafgaand reisgedeelte in welk geval het daarvoor alsdan geldende tarief kan worden toegepast.
2. De vergoeding voor verblijfskosten bestaat uit:
a. een vergoeding voor kleine uitgaven (urencomponent) ter grootte van 1,5 procent van het bedrag voor overige kosten opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, voor ieder uur dat de dienstreis duurt;
b. een vergoeding van de werkelijk gemaakte logieskosten (logiescomponent) tot maximaal per overnachting het daarvoor opgenomen bedrag in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, met dien verstande dat, indien niet een bewijsstuk kan worden overlegd waaruit blijkt dat logieskosten zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid, een bedrag wordt vergoed van € 11,34 per overnachting tot een maximum van vier overnachtingen per dienstreis;
c. een ontbijtvergoeding ter grootte van 12 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in het eerste lid bedoelde tarieflijst voor iedere periode van 6.00 uur tot 8.00 uur die binnen de dienstreis valt;
d. een lunchvergoeding (lunchcomponent) ter grootte van 20 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst, voor iedere periode van 12.00 uur tot 14.00 uur die binnen de dienstreis valt;
e. een dinervergoeding (dinercomponent) ter grootte van 32 procent van het bedrag voor overige kosten, opgenomen in de in het eerste lid bedoelde tarieflijst voor iedere periode van 18.00 tot 20.00 uur die binnen de dienstreis valt.
3. De aanspraak op de in het tweede lid onder c, d, en e bedoelde vergoedingen bestaat slechts voor zover voor het verkrijgen van een ontbijt, lunch respectievelijk diner kosten zijn gemaakt.
4. Indien een bewijsstuk van kosten voor logies en ontbijt wordt overlegd waaruit niet duidelijk blijkt welk deel van de kosten voor logies en welk deel van de kosten voor ontbijt zijn gemaakt, worden de op het bewijsstuk vermelde kosten vergoed, voor zover deze niet meer bedragen dan de som van de vergoedingen genoemd in het tweede lid, onder b en c.
5. Dit artikel geldt niet ten aanzien van verblijfkosten waarvoor onder toepassing van artikel 9in een vergoeding wordt voorzien.