De tegemoetkoming als bedoeld in
artikel 13, vierde lid, van het besluitbedraagt de helft van de naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk gemaakte kosten van aanschaf van kleding en uitrusting. Per kalenderjaar kan de tegemoetkoming maximaal € 453,78, waarvan € 226,89 voor gebieden met tropische warmte en € 226,89 voor gebieden met polaire koude. Een aantal van deze gebieden worden met de daarbij behorende periodes in de bij dit besluit gevoegde bijlage IIgenoemd.