BWBR0007687
Geldig vanaf 2001-04-11
Artikel 5.10:2
Arbeidstijdenbesluit
1. De paragrafen 4.1en 5.2en de daarop berustende bepalingen en hoofdstuk 6 van de wetalsmede hoofdstuk 5, met uitzondering van deze paragraaf, zijn niet van toepassing.
2. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
a. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 9 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren;
b. na ten hoogste 4 aaneengesloten uren arbeid in een dienst zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze;
c. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren;
d. op ten minste 13 zondagen in elke periode van 52 aaneengesloten weken geen arbeid verricht, en
e. ten hoogste 60 uren per week en gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken arbeid verricht.
3. De in het tweede lid, onder a, bedoelde aaneengesloten periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de werknemer arbeid verricht.
4. Elke beding waarbij ten nadele van de werknemer wordt afgeweken van deze paragraaf, is nietig.
2. De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer:
a. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 9 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren;
b. na ten hoogste 4 aaneengesloten uren arbeid in een dienst zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze;
c. een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren;
d. op ten minste 13 zondagen in elke periode van 52 aaneengesloten weken geen arbeid verricht, en
e. ten hoogste 60 uren per week en gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken arbeid verricht.
3. De in het tweede lid, onder a, bedoelde aaneengesloten periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de werknemer arbeid verricht.
4. Elke beding waarbij ten nadele van de werknemer wordt afgeweken van deze paragraaf, is nietig.