BWBR0007676
Geldig vanaf 2003-11-05
Artikel 3
Regeling paramedische hulp ziekenfondsverzekering
1. In afwijking van artikel 2bestaat aanspraak op meer behandelingen dan genoemd in artikel 2, indien de verzekerde lijdt aan:
a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel: 1º. cerebrovasculair accident;
2º. ruggemergaandoening;
3º. multipele sclerose;
4º. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
5º. extrapyramidale aandoening;
6º. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
7º. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
8º. cerebellaire aandoening;
9º. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
10º. radiculair syndroom met motorische uitval;
11º. spierziekte;
12º. myasthenia gravis;
1º. cerebrovasculair accident;
2º. ruggemergaandoening;
3º. multipele sclerose;
4º. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
5º. extrapyramidale aandoening;
6º. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
7º. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
8º. cerebellaire aandoening;
9º. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
10º. radiculair syndroom met motorische uitval;
11º. spierziekte;
12º. myasthenia gravis;
b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat: 1º. aangeboren afwijking;
2º. progressieve scoliose;
3º. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
4º. reflexdystrofie;
5º. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
6º. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
7º. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
8º. reumatoïde artritis of chronische reuma;
9º. chronische artritiden;
10º. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
11º. reactieve artritis;
12º. juveniele chronische artritis;
13º. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
14º. collageenziekten;
15º. status na amputatie;
16º. whiplash;
17º. postpartum bekkeninstabiliteit;
18º. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
1º. aangeboren afwijking;
2º. progressieve scoliose;
3º. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
4º. reflexdystrofie;
5º. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
6º. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
7º. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
8º. reumatoïde artritis of chronische reuma;
9º. chronische artritiden;
10º. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
11º. reactieve artritis;
12º. juveniele chronische artritis;
13º. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
14º. collageenziekten;
15º. status na amputatie;
16º. whiplash;
17º. postpartum bekkeninstabiliteit;
18º. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
c. of een van de volgende hartaandoeningen: 1º. myocard-infarct (AMI);
2º. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
3º. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
4º. status na hartklepoperatie;
5º. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
1º. myocard-infarct (AMI);
2º. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
3º. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
4º. status na hartklepoperatie;
5º. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
d. of een van de volgende aandoeningen: 1º. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
2º. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
3º. lymfoedeem;
4º. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
5º. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
6º. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
7º. weke delen tumoren;
8º. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
1º. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
2º. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
3º. lymfoedeem;
4º. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
5º. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
6º. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
7º. weke delen tumoren;
8º. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 10°, en onderdeel b, onder 17°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 3 maanden.
3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 18°, bestaat aanspraak op behandeling gedurende een periode van maximaal 6 maanden na conservatieve behandeling.
4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 7°, en onderdeel d, onder 6°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 12 maanden.
5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 5°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 12 maanden in aansluiting op ontslag of beëindiging van de behandeling.
6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 16°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 3 maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen kan deze periode verlengd worden met maximaal 6 maanden.
7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 7°, bestaat aanspraak op behandeling gedurende een periode van maximaal 2 jaren na bestraling.
a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel: 1º. cerebrovasculair accident;
2º. ruggemergaandoening;
3º. multipele sclerose;
4º. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
5º. extrapyramidale aandoening;
6º. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
7º. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
8º. cerebellaire aandoening;
9º. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
10º. radiculair syndroom met motorische uitval;
11º. spierziekte;
12º. myasthenia gravis;
1º. cerebrovasculair accident;
2º. ruggemergaandoening;
3º. multipele sclerose;
4º. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
5º. extrapyramidale aandoening;
6º. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
7º. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
8º. cerebellaire aandoening;
9º. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
10º. radiculair syndroom met motorische uitval;
11º. spierziekte;
12º. myasthenia gravis;
b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat: 1º. aangeboren afwijking;
2º. progressieve scoliose;
3º. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
4º. reflexdystrofie;
5º. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
6º. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
7º. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
8º. reumatoïde artritis of chronische reuma;
9º. chronische artritiden;
10º. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
11º. reactieve artritis;
12º. juveniele chronische artritis;
13º. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
14º. collageenziekten;
15º. status na amputatie;
16º. whiplash;
17º. postpartum bekkeninstabiliteit;
18º. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
1º. aangeboren afwijking;
2º. progressieve scoliose;
3º. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
4º. reflexdystrofie;
5º. wervelfractuur als gevolg van osteoporose;
6º. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
7º. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
8º. reumatoïde artritis of chronische reuma;
9º. chronische artritiden;
10º. spondylitis ankylopoetica (morbus Bechterew);
11º. reactieve artritis;
12º. juveniele chronische artritis;
13º. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
14º. collageenziekten;
15º. status na amputatie;
16º. whiplash;
17º. postpartum bekkeninstabiliteit;
18º. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
c. of een van de volgende hartaandoeningen: 1º. myocard-infarct (AMI);
2º. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
3º. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
4º. status na hartklepoperatie;
5º. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
1º. myocard-infarct (AMI);
2º. status na coronary artery bypass-operatie (CABG);
3º. status na percutane transluminale coronair angioplastiek (PTCA);
4º. status na hartklepoperatie;
5º. status na operatief gecorrigeerde congenitale afwijkingen;
d. of een van de volgende aandoeningen: 1º. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
2º. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
3º. lymfoedeem;
4º. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
5º. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
6º. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
7º. weke delen tumoren;
8º. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
1º. chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van een FEV1/VC kleiner dan 60%;
2º. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
3º. lymfoedeem;
4º. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
5º. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
6º. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
7º. weke delen tumoren;
8º. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
2. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 10°, en onderdeel b, onder 17°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 3 maanden.
3. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 18°, bestaat aanspraak op behandeling gedurende een periode van maximaal 6 maanden na conservatieve behandeling.
4. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 7°, en onderdeel d, onder 6°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 12 maanden.
5. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 5°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 12 maanden in aansluiting op ontslag of beëindiging van de behandeling.
6. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 16°, bestaat aanspraak op behandelingen gedurende een periode van maximaal 3 maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen kan deze periode verlengd worden met maximaal 6 maanden.
7. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 7°, bestaat aanspraak op behandeling gedurende een periode van maximaal 2 jaren na bestraling.