BWBR0007669
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 2
Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996
In de begroting van de Raad worden, zoveel mogelijk verbijzonderd naar de in artikel 3, onderdelen a en b, van de wetbedoelde taken, de volgende onderdelen onderscheiden:
a. kosten, verbonden aan de regelmatige uitvoering, te onderscheiden naar: 1. kosten van bestuur en Kamers, waaronder begrepen de kosten van de aan de Kamers verbonden secretariaten, voorzover deze niet begrepen zijn in de kosten van het bureau;
2. kosten van het bureau;
3. accountantskosten;
4. kosten van derden wegens uitvoering van werkzaamheden op grond van een overeenkomst ingevolge artikel 16 van de wet;
5. kosten, verbonden aan medische keuringen en taxaties door externe deskundigen, aan buitenlandse posten en aan procesvoering;
6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden;
1. kosten van bestuur en Kamers, waaronder begrepen de kosten van de aan de Kamers verbonden secretariaten, voorzover deze niet begrepen zijn in de kosten van het bureau;
2. kosten van het bureau;
3. accountantskosten;
4. kosten van derden wegens uitvoering van werkzaamheden op grond van een overeenkomst ingevolge artikel 16 van de wet;
5. kosten, verbonden aan medische keuringen en taxaties door externe deskundigen, aan buitenlandse posten en aan procesvoering;
6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden;
b. kosten, verbonden aan investeringen die niet in de normbegroting betreffende de kosten van het bureau zijn opgenomen;
c. kosten, verbonden aan het verrichten van werkzaamheden met een incidenteel karakter, waaronder begrepen werkzaamheden die voortvloeien uit wijzigingen in de geldende regelgeving;
d. wachtgeldkosten, onderscheiden naar de kosten welke verband houden met de totstandkoming van de Raad en de kosten welke het gevolg zijn van het ontslag van één of meer leden van het personeel van het bureau van de Raad in verband met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de wet;
e. kosten, welke verband houden met een door de Raad opgesteld sociaal plan;
f. onvermijdbare kosten welke verband houden met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de wet;
g. geraamde inkomsten, anders dan de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8;
h. kosten verbonden aan het opstellen van sociale rapportages en verzetsrapportages.
a. kosten, verbonden aan de regelmatige uitvoering, te onderscheiden naar: 1. kosten van bestuur en Kamers, waaronder begrepen de kosten van de aan de Kamers verbonden secretariaten, voorzover deze niet begrepen zijn in de kosten van het bureau;
2. kosten van het bureau;
3. accountantskosten;
4. kosten van derden wegens uitvoering van werkzaamheden op grond van een overeenkomst ingevolge artikel 16 van de wet;
5. kosten, verbonden aan medische keuringen en taxaties door externe deskundigen, aan buitenlandse posten en aan procesvoering;
6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden;
1. kosten van bestuur en Kamers, waaronder begrepen de kosten van de aan de Kamers verbonden secretariaten, voorzover deze niet begrepen zijn in de kosten van het bureau;
2. kosten van het bureau;
3. accountantskosten;
4. kosten van derden wegens uitvoering van werkzaamheden op grond van een overeenkomst ingevolge artikel 16 van de wet;
5. kosten, verbonden aan medische keuringen en taxaties door externe deskundigen, aan buitenlandse posten en aan procesvoering;
6. kosten, verbonden aan het verificatie-onderzoek door derden;
b. kosten, verbonden aan investeringen die niet in de normbegroting betreffende de kosten van het bureau zijn opgenomen;
c. kosten, verbonden aan het verrichten van werkzaamheden met een incidenteel karakter, waaronder begrepen werkzaamheden die voortvloeien uit wijzigingen in de geldende regelgeving;
d. wachtgeldkosten, onderscheiden naar de kosten welke verband houden met de totstandkoming van de Raad en de kosten welke het gevolg zijn van het ontslag van één of meer leden van het personeel van het bureau van de Raad in verband met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de wet;
e. kosten, welke verband houden met een door de Raad opgesteld sociaal plan;
f. onvermijdbare kosten welke verband houden met een vermindering van werkzaamheden in het kader van de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, van de wet;
g. geraamde inkomsten, anders dan de bijdragen, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8;
h. kosten verbonden aan het opstellen van sociale rapportages en verzetsrapportages.