BWBR0007669
Geldig vanaf 1996-01-01
Artikel 14
Bekostigingsbesluit Pensioen- en Uitkeringsraad 1996
1. Na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, worden de bijdragen vastgesteld.
2. De bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt verhoogd dan wel verlaagd met de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen:
(Pr–Pb)T.
In deze formule is:
Pr: de gerealiseerde productie;
Pb: de begrote productie in de laatst ingediende begroting;
T: het tarief.
3. Voorzover de vaststelling van de bijdrage afhankelijk is van de werkelijk gemaakte kosten, worden de kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de bijdrage en het exploitatieresultaat niet in aanmerking genomen.
4. Onze minister is bevoegd tot verrekening van te veel ontvangen voorschotten met voorschotten in volgende jaren.
5. Onze minister kan bepalen dat de bijdragen in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen b en c, eerst worden vastgesteld na de beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de bijdragen zijn verleend.
2. De bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt verhoogd dan wel verlaagd met de som van de per product volgens de navolgende formule berekende bedragen:
(Pr–Pb)T.
In deze formule is:
Pr: de gerealiseerde productie;
Pb: de begrote productie in de laatst ingediende begroting;
T: het tarief.
3. Voorzover de vaststelling van de bijdrage afhankelijk is van de werkelijk gemaakte kosten, worden de kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd bij de vaststelling van de bijdrage en het exploitatieresultaat niet in aanmerking genomen.
4. Onze minister is bevoegd tot verrekening van te veel ontvangen voorschotten met voorschotten in volgende jaren.
5. Onze minister kan bepalen dat de bijdragen in de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdelen b en c, eerst worden vastgesteld na de beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de bijdragen zijn verleend.