BWBR0007622
Geldig vanaf 1995-11-15
Artikel 6
Regeling landelijk rechercheteam
1. Jaarlijks vóór 1 augustus verstrekt de Minister van Justitie de Minister van Binnenlandse Zaken een jaarrekening en een verslag bij de jaarrekening over het voorafgaande begrotingsjaar, voorzien van een verklaring, een rapport en een verslag van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de bijdrage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, over het voorafgaande begrotingsjaar.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken stelt in overeenstemming met de Minister van Justitie de omvang van de bijdrage over het voorafgaande begrotingsjaar definitief vast binnen drie maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde bescheiden.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken kan in overeenstemming met de Minister van Justitie besluiten tot terugvordering van de verleende bijdrage, indien uit de beoordeling van de in het tweede lid bedoelde bescheiden blijkt dat de verleende bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen binnen de daarvoor gestelde regels.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken stelt in overeenstemming met de Minister van Justitie de omvang van de bijdrage over het voorafgaande begrotingsjaar definitief vast binnen drie maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde bescheiden.
3. De Minister van Binnenlandse Zaken kan in overeenstemming met de Minister van Justitie besluiten tot terugvordering van de verleende bijdrage, indien uit de beoordeling van de in het tweede lid bedoelde bescheiden blijkt dat de verleende bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen binnen de daarvoor gestelde regels.