1. De ambtenaar van politie die werkzaam is bij een regionaal politiekorps en die werkzaam zal zijn bij het landelijk rechercheteam, treedt in beginsel voor de duur van vier jaren in dienst van het Korps landelijke politiediensten. Na afloop van deze termijn wordt hij weer aangesteld bij het betrokken regionaal politiekorps.
2. De Minister van Justitie, de korpsbeheerder van het betrokken regionaal politiekorps en de betrokken ambtenaar van politie maken omtrent het gestelde in het eerste lid nadere afspraken.
3. Indien bij het landelijk rechercheteam buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in
artikel 142 van het Wetboek van Strafvorderingwerkzaam zullen zijn, draagt de Minister van Justitie ervoor zorg dat te dien aanzien overeenkomstig het eerste lid afspraken worden gemaakt.